Auteursarchief: Ronny en Eric

Uit de nalatenschap van Hans Warren 130 ~ Post uit Portugal

Nadat een eerdere poging tot verhuizing was mislukt, konden Gerrit Komrij en Charles Hofman op 19 oktober 1984 eindelijk de adreswijziging sturen. Hun emigratie betekende niet het einde van de veelbesproken vriendschap tussen Hans Warren en Gerrit Komrij. Wel werden de betrekkingen letterlijk en figuurlijk afstandelijker, vooral ook omdat Hans Warren en ik nooit de reis naar Portugal hebben gemaakt. Half Nederland ging er logeren, maar wij gingen niet naar Alvites, het afgelegen dorpje van de verhuiskaart, en ook niet naar Vila Pouca da Beira. Het goede voornemen was er, maar door de storm van januari 1990 die ons huis aan het Pijkeswegje zwaar beschadigde, moest het meest serieuze reisplan worden ingetrokken. Na de verhuizing was er soms een weerzien, ook waren er af en toe brieven. Vanwege ons werk aan Kavafis vroegen we Gerrit Komrij of hij iets wist van Portugese vertalingen. En jawel, op een dag kwam er een boek, niet gedrukt in Portugal maar in Brazilië (waar Portugees de officiële taal is). Volgens een etiketje is het aangeschaft bij een boekwinkel in Porto, voorin én achterin staat met potlood de prijs, 650 escudo, maar met het bijbehorende kaartje een in escudo’s dan wel euro’s onbetaalbaar document.

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 129 ~ Stifter

In de bundel Tijd (1986) wijdt Hans Warren een gedicht aan Adalbert Stifter (1805-1868). Het is vernoemd naar Der Trauermantel, een boek waarin feit en fictie over de Oostenrijkse schrijver worden vermengd. ‘Met Stifter moet men de afgrond in/ om de serene rust der toppen te waarderen,’ lezen we in het gedicht. Het gaat ook over ‘een bovenmenselijke harmonie/ die gonst van tijdelijk beheerste driften’. In maart 1964 had Hans Warren twee letterkundige kronieken geschreven over Stifter. Het lezen van diens werk was voor hem, naar hij zegt, ‘een bepalende ontmoeting’. Een ontmoeting ‘met een figuur die datgene belichaamt waar men zelf bewust of onbewust naar streeft’. Hij jubelt over boeken als Witiko en Der Nachsommer. ‘Het begon met bladeren in een tweedehandsboekhandel in Parijs; thans hebben we een plank vol werken van en over Stifter,’ vertelt hij in de PZC. Die werken bestaan nog, al dan niet watervlekkig. En in sommige vinden we het bewijs: van hem geweest. In een exemplaar van Freiheit und Mass, een uitgave uit 1948, staat het stempel ‘Boek van Hans Warren’. Het is verder voorzien van een etiketje van de Parijse boekhandel Joseph Gibert, Boulevard St. Michel 26-30. Dan is er een Zwitserse editie van Der Nachsommer waarin hij achterin de aanschafdatum 6 februari 1957 schreef. In een door Karl Privat samengesteld boek over Stifter zette hij de datum 15 februari 1957. En een deeltje van de Studien uit 1958 blijkt op 4 april 1962 te zijn gekocht. Wanneer Hans Warren zomer 1957 Parijs voor Zeeland gaat verruilen, zijn er nog Franse francs over die hij ‘beter op kan maken’. Hij schaft dan méér Stifter aan. Even eerder stond hij in zijn Geheim dagboek bij de schrijver stil. Waarom de fascinatie? ‘Deze keurige burgerman, deze deftige inspecteur had iets van een vulkaan’. Hij zei in 1964 in de krant: ‘Men voelt, met de huivering van eerbied, een verwantschap’. Zag hij, het brave gezinshoofd, achter Stifter zichzelf?

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 128 ~ Stormeiland

‘Tegenwoordig ben ik anders dan ik ooit ben geweest,’ bericht Hans Warren op 13 februari 1948 aan Jan Vermeulen. Een tijdje was hij, buitenbeentje bij uitstek, een centrale figuur in Borssele. ‘Ik noem het mijn gezelligheidsperiode. Ik dompel mij onder in het leven van het dorp,’ schreef hij aan Vermeulen. Zijn dagen zijn zo ‘voller dan ooit’. Hij heeft zich ‘belast met het organiseren van een bonte avond’. De opbrengst is bestemd voor de jongens uit het dorp die als dienstplichtige naar Indië waren gestuurd. Wat Hans Warren betreft twee jongens in het bijzonder, zijn geliefden Max Krijger en Jan Kakebeeke. Het gaat eigenlijk om twee avonden, met toespraakjes en een verloting waarvoor volgens organisator Hans Warren ‘prachtprijzen’ beschikbaar zijn gesteld als ‘twee taarten, vier tulbanden, 2 mud eierkolen’. Een dameskoortje brengt liederen ten gehore. Moeder Warren, ‘die een mooie zuivere sopraan heeft’, zingt mee. Maar het belangrijkste programmapunt is een opvoering van het toneelstuk Stormeiland, een indertijd populair ‘drama van de zee’ van Bob Bertina (1914-2002), in 1942 in première gegaan. Hans Warren treedt in merkwaardige vermomming (weet u hem op de foto aan te wijzen?) op als ‘Oom Leo, een kunstschilder’. Een bijrol, maar je kunt toch zeggen dat hij als grote man achter de grote avond een hoofdrol speelde.

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 127 ~ De Spiegel en Victor E. van Vriesland

Het is een ietwat raar, naar boek, Robert Groenewegens onlangs verschenen biografie over Victor E. van Vriesland (1892-1974). Het is bij hem, veertien jaar toen de deftige letterkundige overleed, Vic voor en Vic na. Blijkbaar voelde hij zo’n sterke band dat Weerloos tegenover alles soms meer pro-Vic pamflet is dan neutrale biografie. Neem de bladzijden over de Spiegel van de Nederlandse poëzie waarvan Van Vriesland in 1939 de eerste editie publiceerde. Later liet hij de bloemlezing volledig ontsporen, het werd een doolhof in plaats van een wegwijzer. De uitgever greep in, Groenewegen bezigt grote woorden over ‘een aanslag’ op Van Vrieslands ‘levenswerk’. Amper drie maanden na Van Vrieslands dood benaderde men Hans Warren voor de uitgave. In 1979 verscheen zijn eerste Spiegel (nieuwe edities kwamen uit in 1984, 1992 en 2005), het blauwe boek werd voorafgegaan door een chique blauwe folder om mensen te laten intekenen. Er volgde een catastrofe, de term lijkt me niet te zwaar. In de uitgave bleken belangrijke fouten te staan: sommige gedichten waren onvolledig afgedrukt. Aanvankelijk probeerde de uitgever met een lijstje errata het probleem op te lossen, maar uiteindelijk viel het besluit het boek terug te halen en een gecorrigeerde versie uit te brengen. ‘Het is een enorme slag,’ vertelde de directeur van Meulenhoff in de krant. Rob Groenewegen zag, bijna een halve eeuw later, zijn kans schoon en meldt over Hans Warrens Spiegel: ‘De ongezouten kritiek die er wat betreft diens keuzes (en omissies) op volgde, maakte duidelijk dat hij niet in de schaduw kon staan van de geestelijk vader van De Spiegel van de Nederlandse poëzie’. Hij is zo tendentieus te verzwijgen dat Hans Warrens Spiegel na 1979 toch nog een lang en gelukkig leven tegemoet ging. Zo’n biograaf.

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 126 ~ Dagboek kust roman

Hans Warren gebruikte aanvankelijk de geheim dagboek-cahiers niet alleen voor dagboekaantekeningen. Hij schreef er bijvoorbeeld ook gedichten in over. Dagboekcahier nummer 3 was multifunctioneel: behalve als dagboek diende het als werkboek, met opzetten van brieven en kladversies van andere teksten. Maar het merkwaardigste geval is cahier nummer 4 dat hij voor twee dingen inzette. Aan de ene kant, de voorkant, ging hij er zijn geheim dagboek in bijhouden. Vanaf 1 januari 1947, of is het nog net 31 december 1946? ‘Tim, de scheepsfluiten blazen. Is het de overgang naar het nieuwe jaar? Ik weet het niet. Onze klokken zijn allemaal achter, die op de schoorsteen wijst 10 voor twaalf. Maar ik hoor een kanon dreunen, en het schip blaast door, telkens hortend. Mijn gedachten zijn bij jou, enkel bij jou, daarginds in Bexhill-on-Sea. Jij, die aan zee woont gelijk ik, denk je even aan me?’ Woorden die in gedachten zijn gericht tot zijn gedroomde geliefde Timothy Yearwood. Aan de andere kant van het cahier begint hij, in maart 1947, aan een roman Een Stem van over de Zee, voorloper van Een vriend voor de schemering. De teksten van voorzijde en achterzijde gaan elkaars richting op en op een dag raken ze elkaar. Er blijft geen bladzijde leeg, geen regel blanco. De laatste zin van het prozawerk: ‘Albertine moest telkens in die ogen kijken, het hinderde haar dat het haar zo gelukkig maakte’ en de datering 11 Mrt, ±9 uur. En ondersteboven de dagboekaantekening van 1 mei 1947, begonnen om halftwaalf: ‘De krampachtigheid om dit schrift deze nacht nog vol te schrijven, tegen de gestrande roman aan, rug aan rug. In vier maanden is het volgeschreven. Het begon met Tim. Tim is verbleekt – eindelijk, het werd tijd. Armoede. Het heeft de sensatie van Gino gekend – ook dat hoogtepunt is voorbij. Dan is er Max – bijna schreef ik: het pad daalt af, maar dan voel ik mij zo gruwelijk eenzaam en hopeloos dat ik me vastklamp aan die kleine, onzinnige liefde als aan een stuk kantelend wrakhout, en bovendien, het rekproces is voldoende, want zie, de taak van heden is volbracht; rug nadert rug, een halfslachtig dagboek kust een halfgebaarde roman en stellig ik kan niet zeggen of dat boek ooit afkomt.’ Was de schrijver zo zuinig? Of was het papier indertijd erg schaars? In elk geval kussen dagboekschrijver Hans Warren en romanschrijver Hans Warren elkaar.

MARIO MOLEGRAAF