Maandelijks archief: november 2014

Zomerdijkstraat 22

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp graven, gebouwen en landschappen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Voor deze aflevering bezocht Martin de atelierwoning van Jan Wolkers.

Zondag 7 jan. 1951 Op zaterdag 23 dec. ’50 ben ik naar Amsterdam gekomen vanwege de toon van de uitnodigingsbrief die Sibylle me schreef. Tot gister, 6 jan., ben ik bij Sibylle en Jan geweest, precies twee weken dus. Zij wonen in een artiestenflat in de Zomerdijkstraat, in het huis waar Gerrit van der Veen gewoond heeft, en de beeldhouwer Gregoire vóor hem. Sibylle: ‘Fijn op een wc te zitten waarin heldenpoep gevallen is.’ (…) Toen ik bij hen wegging schonk Jan me de chamotte portretkop van Sibylle. Dat was des te aardiger omdat hij het geen goed werk vond. Ik wilde hem graag hebben. Het is de enige afbeelding die ik van Sibylle heb. Ik bezit zelfs niet éen fotootje van haar.

Geheim dagboek 1949 -1951, p. 173 -174


Uit de nalatenschap van Hans Warren – deel 33: Kathleen Ferrier

Momenteel werkt Mario Molegraaf aan de biografie van Hans Warren. Op zijn ontdekkingstocht door het leven van Warren stuit hij regelmatig op interessante vondsten. Op de eerste dag van elke maand deelt hij zo’n vondst met de bezoekers van onze website.


Hij heeft haar gezien. En vooral ook gehoord. Hans Warren heeft Kathleen Ferrier gezien en gehoord. Iets om enorm jaloers op te zijn. Onuitstaanbaar genoeg houdt hij de ervaring vrijwel helemaal voor zichzelf. Kathleen Ferrier (1912-1953), misschien wel de beste zangeres ooit, puur talent, nauwelijks opleiding. Haar loopbaan duurde kort, ze overleed aan borstkanker. Maar de Engelse zangeres is vaak in Nederland geweest. Zij hield van ons, wij hielden van haar. De recensenten kwamen in hun stukken bijna klaar. De Tijdvan 27 november 1950 had het naar aanleiding van een optreden in het Concertgebouw over ‘een door de goden gekuste jonge vrouw, stralend in haar geest’. Het ging ook nog over ‘haar gratie (…) en haar noblesse, incarnatie van de “gentlewoman” die haar toehoorders in alle staten van geluk brengt’. Alle toehoorders, op eentje na blijkbaar, uitgerekend Hans Warren. Al snel was Kathleen Ferrier in Amsterdam terug, in de Stadsschouwburg, voor een gastrol in de opera Orfeo van Gluck. ‘Twee maal gezien met Kathleen Ferrier als Orfeo. Hoe mooi ze ook zingt: jammer, zo’n travestierol,’ lezen we in de aantekening van 13 januari 1951 in Geheim dagboek. Het waren ongelooflijk volle dagen geweest: 23 december 1950 kwam hij aan in Amsterdam, 12 januari 1951 was hij terug in Borssele. In zijn zakagenda hield hij zeer haastig en ongetwijfeld met veel omissies zijn dagprogramma’s bij. Door alle drukte is voor de fantastische Ferrier slechts een bijrol weggelegd. Op maandagmorgen 8 januari 1951 tien uur was het zo ver: ‘Generale Orfeo met Kathleen Ferrier, Greet Koeman en Nelly Duval.’ Dat is één keer. De tweede keer vereist veel speurzin en wat fantasie, of eigenlijk andersom. ‘De dansen waren Superbe,’ noteert hij op dinsdag 9 januari in de agenda. Dat kan, denk ik, moeilijk slaan op ‘Casablanca’, een uitgaansgelegenheid aan de Zeedijk in Amsterdam. Maar in Orfeo heb je onder meer de ‘Danse des Champs Elysées’. Hij heeft haar gehoord en gezien.

Mario Molegraaf


De poëzie van Peaux

“Augusta Peaux? Augusta Peaux! Bloemlezers als Gerrit Komrij en Hans Warren wisten het, maar de lezers zijn haar poëzie volkomen vergeten. Door dit boek zal daarin verandering komen. De wilgen, de velden, het water bevat een keuze uit het dichtwerk van de schrijfster (1859-1944). In ‘De eenzaamheid als dampkring’ gaat Mario Molegraaf op zoek naar de teruggetrokken domineesdochter die verantwoordelijk is voor een aantal van de aangrijpendste, meeslependste, mooiste Nederlandse gedichten.” (Verschijnt in november bij Uitgeverij Liverse)