Tag archieven: Martin van der Kamp

Museum Kam

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze maand het voormalige Museum G.M. Kam (Museum van Romeins Nijmegen) aan de Museum Kamstraat 45 te Nijmegen. 

5 aug. [1983] – (…) In Museum Kam, een wonderlijk art-decogebouw gelegen in een achterafbuurt, bewonderden we de zilveren kantharos, de bronzen Tiberius-kop, brokstukken van de marmeren Tiberiuszuil, het helmmasker en schitterend glaswerk. Helaas was de barnsteenschat niet te bezichtigen. (…)

31 juli [1992] – 15.30 – (…) Het volgende programmapunt was Duur en Duurzaam in Museum Kam in Nijmegen, een kleine maar fraaie expositie van in de omgeving gevonden Romeinse bronzen. (…)

Hens van der Spoel

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze maand: Hendrik (‘Hens’) Marinus van der Spoel (8 oktober 1905 – 7 juli 1987), Warren’s tekenleraar aan de H.B.S. te Goes, begraven in Bilthoven.

Geheim Dagboek 10 okt. [1942] – 10.30 – (…) Van mijn zestiende tot mijn achttiende heb ik de geslaagdste vogeltekeningen gemaakt. Aanvankelijk tobde ik met de achtergronden, vele schetsboeken getuigen daar van. De vogel is gelukt, de achtergrond verknoeit het geheel omdat hij niet even goed doorwerkt is als het vogellichaam. Zelf had ik dat niet in de gaten. Als Willem of Van der Spoel zeiden: ‘Wat jammer, die achtergrond is weer helemaal mis, dat bederft alles’ zag ik dat niet zo. (…)

Als ik een enkele keer hun peil benaderde kreeg ik van Van der S. en W. te horen: ‘Dat is niks, dat gaat te veel op een Verkadeplaatje lijken!’ (…)

7 dec. [1942] – Gisteren naar Van der Spoel geweest om hem mijn nieuwe werk te laten zien. (…) V.d.S. zelf was juist de kachel in zijn atelier aan het aanmaken, om te gaan werken. Ik wilde weggaan, maar hij zei grootmoedig dat het zo erg niet was, dat hij voor iemand waar hij belang in stelde het wel over had. Hij was prettig verrast door mijn werk, mijn vorderingen. ‘Je bent eindelijk losgekomen,’ zei hij, ‘ik was bang dat je er nooit uit zou komen, dat je in die vogeltjes was verstard.’ Hij keek me met een levendige blik aan, ik merkte hoe zijn vertrouwen me tegemoetkwam, dat hij me voor het eerst au sérieux nam. (…)

We aten, en daarna liet V.d.S. me nog wat van zijn eigen werk zien. Ik vind zijn schilderijen interessant, zowel van opbouw als van kleur en inhoud. (…)

3 feb. [1943] – Gister weer naar Van der Spoel geweest. Tegen drieën kwam ik er aan. (…)

Na een kop thee gingen we naar het atelier, waar mevrouw ook speciaal de kachel aangestoken had, een vermeldenswaardige handeling in deze tijd. Het was er beslist erg koud, en V.d.S. is kouwelijk.

‘Kom op met je spullen,’ zei hij. Ik droeg ze een voor een aan, zette ze in zo passend mogelijke lijsten, en V.d.S., achterstevoren op een stoel zittend, oordeelde. Het viel niet mee. Wat had ik verwacht? Ik had gehoopt hem te verrassen, had graag een enthousiast woord gehoord, het bleef uit. Hij prees mijn gevoel voor kleuren en kleurcombinaties, maar mijn werk miste ruggegraat, pit, het was allemaal te dromerig. (…)

8 maart. [1944] – Een anekdote over Van der Spoel: zijn bijnaam is ‘Zak’, en wel omdat hij als een zak op zijn fiets zit. Hij houdt de armen stijf aan het stuur, en zakt dan helemaal door in het schoudergewricht, een stijfkomieke houding omdat hij zwaarlijvig is. Elke fietsende schooljongen doet het hem na als hij in de buurt is. Hij heeft ook altijd zo’n idioot ‘gezondheidszadel’, hij beweert dat ‘het klokkenspel dan lekker vrij hangt’. (…)

3 april. [1954] – 9 uur. Gistermiddag tegen drie uur werden we verrast door een bezoek van H.M. van der Spoel (…). Van der Spoel is een van de weinige mensen in Nederland die zich Guys-kenner mag noemen. Door zijn invloed ben ik op deze tekenaar en aquarellist attent gemaakt. (…)

21 juni. [1954] – (…) De afgelopen week ben ik tweemaal bij Van der Spoel geweest en ik heb het grootste gedeelte van zijn schilderijen bekeken. Zijn atelier in De Groe onder ‘s-Gravenpolder schudt op de grondvesten van de vogelzang. (…) Ik vind het genoeglijk bij hem. Ook op zijn vrouw, de keramiste Nel Houtman ben ik bijzonder gesteld. (…)

23 juli. [1954] – 14 uur. – Maandagavond ben ik naar de Van der Spoels gegaan om over Constantin Guys te praten. Ik heb bij hen overnacht. Zij hebben me voorgesteld hen te tutoyeren. Ik voel dat voorlopig als iets ongepasts. De afstand is te groot zowel in leeftijd als in positie – ik ben in dit opzicht blijkbaar ouderwets opgevoed. Overigens was ik vereerd door het voorstel. (…)

15 nov. [1954] – 10 uur. – (…) Gisteren was ik van twee tot acht bij de Van der Spoels. Hens gaf me een gouache ten geschenke met een opdracht ter gelegenheid van de geboorte van onze dochter.  (…)

10 juli [1987] – 10.30 – Vanmorgen het bericht dat Hens van der Spoel is overleden, 82 jaar. Wat voel ik? Hij was op een of andere manier een geestelijk vader. Zijn invloed op mij is groot geweest. Daarna moest ik hem kwijt, zoals je een echte vader moet kwijtraken, met afkeer en afwijzing. (…) Ik vergaapte me aan zijn werk en aan zijn levensstijl. Nu zie ik pijnlijk scherp dat hij een weinig getalenteerde imitator was. (…)
Cf. Geheim Dagboek 1956-1957.

Jachtse bos

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer het Jachtse Bos (ook bekend als Abbekindersebos), ten zuiden van Kloetinge.

3 jan. [1944] – (…) Ik heb in Sibylle’s bed geslapen, haar uitzicht gezien op de achterkant van de huizen, de tuintjes, de bomen van ’t bolwerk, en, heel ver weg, bij de watertoren, de donkere streep van het Jachtse Bos, als een heuvel. (…)

31 dec. [1972] – 18 uur. – Stralende dag, zon zolang het maar kon, lichte vorst. In de middaguren hebben we met ons vijven een fietstocht gemaakt. Via Kloetinge naar Kattendijke, langs de Oosterschelde tot Wemeldinge, over Kapelle en langs het Jachtse Bos terug. Het was vrijwel windstil. (…)

29 sep. [1976] – 9.15 – Om kwart voor twaalf ben ik gisteren met Nico gaan wandelen, naar het Jachtse Bos. Het was warm, wollig herfstweer. (…)

24 sep. [1977] – Het gedoe met de ridderorde is achter de rug. Dinsdagmiddag de twintigste om drie uur arriveerde Theo die zo aardig was om voor de gelegenheid de rol van partner te spelen. (…) Theo vroeg weer of ik hem om twaalf uur wilde wekken. Ik was toen eerst al naar Goes geweest om boodschappen. Het was fraai weer en we hebben na de lunch een wandeling gemaakt naar het Jachtse Bos. (…)

30 juli [1978] – 21.30 – (…) Ik ging hem [= Mario] gisteren met een taxi afhalen, hij zou om kwart over twaalf op het station van Goes aankomen. (…)
Wegens de warmte gingen we onder de spar in de voortuin zitten. We praatten luchtig, verkennend, bij sandwiches en koffie. Later maakten we een lange wandeling. Door de boomgaard, door het Jachtse Bos, langs de Maria-Magdalena-hoeve en terug. (…)

25 mei [1994] – 23 u. – (…) vanavond hebben we een rondritje gemaakt, M. stelde het voor. (…) Op de terugweg wilde M. langs het Jachtse Bos om een uil te zien. Hij werd op zijn wenken bediend: er zat een ransuil op een bordje langs de weg.

11 aug. [2001] – 20.15 – Ik voelde me vanmiddag opgesloten. Ik speelde M. alle mogelijkheden voor een tocht toe omdat ik een goede stoelgang heb gehad, maar hij reageerde niet. Hij gaf me een plaspil en dirigeerde me naar m’n hokje. Later zijn we toch even op pad geweest. Hij had, naar we dachten, een briljant idee: me regelmatig mijn wandeling in het Jachtse Bos laten maken. Het gaat niet door. Het bos bleek alleen toegankelijk voor buizerds (we zagen er vier) en voor ervaren woudlopers. De paden waren nauwelijks begaanbaar en overal waren er obstakels, ik dreigde te vallen. (…)

Zie ook Warren’s bundels Pastorale (1946) en ’t Zelve Anders (1975).

Klasgenoten

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren.  

Behalve ‘bekende’ klasgenoten als Adrie “Willem” Duvekot (1920 – 2004) en Maria “Sibylle” de Roo (1923 – 1993) is er ook een aantal oud-klasgenoten van de Goese HBS bekend dat níet in de dagboeken voorkomt. Allen bijna honderd jaar geleden geboren. Achterhaald voor deze aflevering zijn de heren M.J. le Clercq (Kapelle), L. Mesu (Oudelande), J. Remeijnse (Wolphaartsdijk) en mevrouw A. Oele (Ellewoutsdijk).

Zwaakse Weel

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze maand: de Zwaakse Weel.

Citaat uit: Hans Warren, 1950, Een visarend op bezoek, met illustraties van de schrijver; in: De Wandelaar, jrg 18, no 4, p. 78-80.
Midden in Zuid-Beveland, nabij het dorpje Kwadendamme, ligt een prachtige waterpartij; een weel, zoals men in Zeeland zegt. Het is een overblijfsel van een zeer oude kreekarm, die in vroeger jaren twee van de eilandjes, waaruit Zuid-Beveland bestond, van elkander scheidde.
Deze kreek is niet alleen uit landschappelijk oogpunt een der belangrijkste welen, ook de vogelliefhebber kan er vaak zeer mooie waarnemingen doen. Zo huist er sommige jaren in de laatste dagen van April een Visarend, die, op de doortrek, even pleistert in de rustige omgeving van het visrijke water.
Levendig staat mij nog voor de geest, hoe ik voor de eerste maal met deze grote roofvogel kennis maakte. Het was 1940, juist een paar dagen voor de oorlog uitbrak. Ik was nog op school. Een oudere vriend van me, uit Goes, had ’s morgens op een fietstocht aan de Zwaakse Weel een Visarend waargenomen en aangezien ik een vrije Woensdagmiddag had, besloten we samen nogmaals op deze zeldzame gast af te gaan.
Het was het heerlijkst denkbare voorjaarsweer; bloesems en vogelzang waren allerwegen. Toen we de weel naderden, speurden we eerst de hoge boomtoppen van de omgeving af, maar vergeefs. Over lage, vochtige veldjes, wit van verbleekte pinksterbloemen riepen vele Koekoeken tegelijk; Mezen, Grasmussen en Boompiepers zongen overal, en vlak bij ons schoot een Boomkruipertje ruksgewijs langs een stam omhoog. Telkens klonk zijn fraaie korte draailiedje.
Zodra we aan het water kwamen, kregen we de arend in het oog. Hij zat boven op een van de gekapte knotwilgen. Zijn bronskleurige vleugels glansden in de zon en hij bewoog zijn witte kop argwanend heen en weer. (…)

15 mei [1941, natuurdagboek] – In de Zwaakse Weel zongen kleine èn grote karekieten. De grote kon ik tot op enkele meters benaderen. Van vlakbij klonk de harde krasserige, maar toch wel aangename en opgewekte zang. De vogel zelf is niet erg mooi, vooral niet als hij bij het zingen de kruinveren als een borsteltje overeind zet, het vormt net geen kuif.

Geheim Dagboek 27 sep. [1953] – Zondagnamiddag. (…) Gister een afscheidsbezoek aan de Zwaakse Weel gebracht. Stilte, warmte, geuren; waterhoentjes en ijsvogels rumoerend in het riet, gaaien in de eiken, karpers klakkend en springend op het watervlak, zoete bramen. Wat een mooi land.

31 juli [1977] – (…) We bezochten Nisse en de dijken daar met de wollige distel en allerlei andere zeer zeldzame planten. De Zwaakse Weel. Natuurschoon en heerlijk weer, we genoten. (…)

20 april [1983] – 20.15 – Na de lunch hebben we een ritje door Zuid-Beveland gemaakt, naar Nisse en naar Ellewoutsdijk. Daar wordt de inlage verknoeid vanwege een dijkverhoging, er waren slechts twintig kluten. Ook bij de Zwaakse Weel en de Biezelingse Ham was er veel gekapt. Hele dijken, vroeger boomlanen, lagen er kaal bij. (…)

27 juni [1983] – (…) We zagen bij de Zwaakse Weel ook de witte varieteit van valeriaan, naast de gewone soort. (…)