Auteursarchief: Ronny en Eric

Uit de nalatenschap van Hans Warren aflevering 150 (!) ~ Johanna Kruit

Het gedicht tovert altijd een glimlach op mijn gezicht. Hans Warrens gedicht ‘Emancipatie’, zoek het vooral zelf op. Het gaat over een ‘heel jonge vrouw/ met een stapel dichtproeven’. Ze heeft haar man meegebracht, ‘hij is uniek, maar hij zal/ u niet interesseren’. De ‘ik’ achter het gedicht – niet met enige persoonsvorm aangeduid – is wel degelijk geïnteresseerd in die man: ‘een soort zigeuner/ in een jack van zachtgeel leer/ open tot beneden zijn navel’. Met een grappige genderverdraaiing concludeert de ‘ik’: O mevrouw, wat zijn/ uw liefdesgedichten mooi!’ In ‘het gehucht/ van zeven huizen en een varkenshok’ uit de beginregels mag je Biggekerke herkennen, een dorp op Walcheren. En achter de aankomende dichteres met ‘een hart vol onschuld’ kun je Johanna Kruit zien, geboren in 1940, gedebuteerd in 1976, vooral bewonderd om haar poëzie voor kinderen. Uit de Johanna Kruit-doos in de Hans Warren-collectie van de Zeeuwse Bibliotheek komt een door haar geschonken klavertjevier tevoorschijn, met een treffende tekst: ‘pas op/ niet vouwen/ dit is heel breekbaar/ net als wij’. Judith Herzberg zou er jaloers op zijn. In de doos verder bundels, manuscripten, brieven. Ze vreest dat Hans Warren haar lastig vindt, op 27 juni 1974 sust hij haar. Volop materiaal voor een biograaf. Maar als je al het bewijsmateriaal naast elkaar legt, wringt de puzzel. In zijn dagboek bericht Hans Warren op 4 mei 1973 over post van ‘mevrouw Barentsen-Kruit’. We zien in de aantekening het gedicht ontstaan: ‘Zij schrijft in alle onschuld dat ze “32 jaar (is), huisvrouw, moeder van 2 kinderen en Zeeuwse van geboorte”. En dan komt het: “De rest is niet zo belangrijk, of het moest mijn man zijn, die is werkelijk uniek, maar dat zal u minder interesseren”. De arme. Haar unieke man interesseert me meer dan haar niet eens zo gekke versjes. Hopelijk kan ik er eens een gek vers op maken, de geëmancipeerde vrouw […] die haar unieke man in het strijdperk brengt om gehoor bij een homoseksuele dichter-criticus te vinden’. De oudste bewaard gebleven brief van Johanna Kruit dateert óók van 4 mei 1973. In de volgende brief, geschreven op 15 mei 1973, stelt ze zich voor: ‘Jopy Barentsen, geb. Kruit, 32 jaar […] Ik ben getrouwd en heb 2 kinderen […] Mijn allerliefste vriend zat in de gevangenis (4 ½ mnd voorarrest) hij heeft te maken met de antiekaffaire,  die u wel uit de krant zult kennen.’ Hans Warren kende ‘de antiekaffaire’ niet alleen uit de krant, zijn Goese vriend Rien van der Schraaf zat er middenin. De persoon die Johanna Kruit noemt, wordt in de berichten aangeduid als een Middelburgse antiquair, verdacht van heling, 27 jaar. Is deze G.L.C. van V. de in zachtgeel leer gehulde zigeuner? Of moeten we toch kijken naar de echtgenoot van Johanna Kruit, Henk Barentsen? Diens naam dook aan het eind van elk jaar in de krant op, in de advertentierubriek met de tekst: ‘Vuurwerk. Oudste adres, grootste sortering, topkwaliteit en natuurlijk hoogste korting’. Een geval van rara, verloren post of dichterlijke verbeelding in het kwadraat, heler of vuurwerkverkoper.

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 149 ~ Petit Robert

Petit? Le Nouveau Petit Robert, een Frans woordenboek, weegt 2 kilo en telt 2500 bladzijden. De ‘dictionnaire’ verscheen in 1993 en achterin Hans Warrens exemplaar heeft de bezitter met potlood geschreven: ‘14 sep ’93 van Brigitte Raskin gekregen’. In zijn dagboek verklaart hij zich op 24 september 1993 nader, in een prachtige notitie: ‘we kregen hem van Brigitte Raskin ten geschenke nadat M. haar vroeg hem in Brussel voor ons te kopen!’. In het door de Vlaamse schrijfster, vooral bekend door Het koekoeksjong, geschonken boek ligt een velletje met aantekeningen van Hans Warren. Nauwelijks te begrijpen aantekeningen en het is ook nauwelijks te begrijpen dat hij op basis hiervan een uitstekend artikel schreef, op 1 oktober 1993 verschenen in de PZC. Een loflied op het woordenboek, en tegelijk een loflied op ‘de springlevende Franse taal’. Hij meldt ‘urenlang’ te hebben gebladerd in de Petit Robert. Om misverstanden te voorkomen: het is geen artikel van mij maar helemaal van Hans Warren zelf. In het dagboekcahier geeft hij meer achtergronden. ‘M’n dagboek heeft de laatste tijd haast geen andere functie dan die van confident betreffende m’n lichamelijke indispositie,’ beweert hij. De auteur van het egodocument neemt enige afstand van zichzelf, schakelt van de ik-vorm over op de hij-vorm: ‘Hier zit een man die zijn vonnis niet aandurft (…) Hij speelt verstoppertje’. Verderop vertelt hij: ‘Ik heb M. beloofd een artikel over de Nouveau Petit Robert te schrijven om hem een beetje te ontlasten’. Hij gaat weer eens in op het probleem van de onder zijn naam door mij gefabriceerde recensies en peilt zichzelf: ‘Ik ben zo dankbaar, zo dankbaar’. Niet alleen voor de niet zo petit Robert, maar voor alles: ‘Waar heb ik het aan te danken dat ik zo’n rijk leven heb mogen leiden?’

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 148 ~ Hans Warren in Amerika

Het had de reis van zijn leven moeten worden, maar het werd een flop. Het was een cadeau van uitgever Bert Bakker voor Hans Warrens zeventigste verjaardag, deze reis naar Amerika, naar New York en Washington. We vertrokken op 1 oktober 1991 en op 11 oktober keerden we terug. Het verslag is, in bekorte vorm, afgedrukt in Geheim dagboek 1990-1992. Maar hoe pakte Hans Warren zo’n schrijfonderneming buitenshuis aan? In dit geval reserveerde hij er een zwart notitieboekje voor, waarin hij bijna 120 bladzijden schreef. Hij beschouwde het mobiele dagboekje als een onderdeel van zijn grote thuisdagboek. In cahier 44 daarvan tekende hij tussen de afscheidsnotitie van 1 oktober (‘M. lijkt me helaas erg nerveus, hij vergeet allerlei dingen die hij anders nooit vergeet, koffie malen, douchekachel aanlaten’) en de terugkeeraantekening van 11 oktober aan: ‘hiertussen: reisdagboekje 1 t/m 10 okt.’ Mij beviel het wel in Amerika, hem allerminst, een van de redenen voor heftige ruzies. Tijdens de vliegreis naar New York begint hij al afkeurend te schrijven. De eerste Amerikaanse notitie is van 2 oktober 7 uur lokale tijd. Hij biedt vooral een museumjournaal – bijna onvoorstelbaar hoeveel museums er worden bezocht. Zo staat hij in The Frick Collection eindelijk oog in oog met De Poolse ruiter, al dan niet van Rembrandt. Maar hij schrijft ook, met weinig sympathie, over het Amerikaanse leven en de taal: ‘Gelukkig (of helaas) versta ik het Am. totaal niet. M. wèl omdat hij altijd van die Am. series op t.v. bekijkt, maar ik lig er volkomen uit. Ook zijn alle woorden anders. The check. Restroom. Gratification etc. etc.’ Hij is pas weer op zijn gemak als hij vertrouwde dingen vanuit het vliegtuigraampje ziet: ‘De kustlijn van Nederland, waarschijnlijk Katwijk aan Zee, plassen, kassen, akkers.’

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 147 ~ Joost Zwagerman

Op 11 november 1994 sprak Joost Zwagerman in zijn radioprogramma Ophef en vertier met Hans Warren. Het gesprek ging ‘matig’, meldt deze in zijn dagboek, ‘zijn vragen waren niet pittig en mijn antwoorden niet briljant’. Joost Zwagerman vond de uitzending daarentegen, zo schrijft hij in een brief van 24 februari 1995, ‘éen van de aardigsten die we hebben gemaakt’. De ontmoeting komt niet voor in de spraakmakende biografie Zwaag. De zeven levens van Joost Zwagerman. Hans Warren wordt in dat boek een paar maal terloops vermeld, zoals Joost Zwagerman enkele keren zijdelings opduikt in mijn Opperhuidmens. De biografie van Hans Warren. Misschien niet helemaal terecht gezien de beschouwingen die Zwagerman aan Warren wijdde: in 1993 het voorwoord van Geheim dagboek 1939-1940 en in 1996 een stuk ‘Bidden zonder god’ in het vriendenalbum Hans Warren 75. De geringe aandacht is wél gerechtvaardigd wanneer je kijkt naar wat er tevoorschijn komt uit de Zwagerman-envelop in de Hans Warren-collectie. Welgeteld twee geboortekaartjes, twee brieven en een plichtmatige condoleance. De belangrijkste ontmoeting van de twee auteurs was die vanwege het radio-interview. Ook in zijn brief van 2 augustus 1996 blikt Joost Zwagerman erop terug: er waren ‘gasten op wier komst ik mij al weken tevoren had verheugd – onder wie Mario en jij’. In de brief gaat het verder over zijn bijdrage aan het ‘feestboek’, Hans Warren 75. In het artikel zegt Zwagerman over Ophef en vertier: ‘Het was ambachtelijk gezien […] misschien niet mijn beste radio-interview dat ik maakte, want de gretige lezer zat de nuchtere interviewer enigszins in de weg’. Juist, Joost. Gelukkig spreekt in Zwagermans stukken over Warren die gretige lezer.

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 146 ~ Willem Oltmans

In 1985 staat er nóg een dagboekschrijver op: Willem Oltmans. Hans Warren vindt het boek, het eerste uit een lange reeks, een bespreking waard. ‘Ik zal me gematigd opstellen. Ondanks alles heb ik een zekere sympathie voor deze geestverwant,’ noteert hij op 14 juli 1985 in Geheim dagboek. Op 23 juli 1985, drie dagen nadat de recensie in de krant stond, stuurt Willem Oltmans een opgetogen brief aan Hans Warren: ‘was er zéér blij mee’. Aan het eind van de twee kantjes laat hij weten: ‘Ben tot 10 Aug bij Bouterse’. Een opmerking die veel zegt over Oltmans, precies honderd jaar geleden geboren. Hij ging om met allerlei twijfelachtige figuren uit de wereldpolitiek, en was daarop nog trots ook. Gehoor vond hij nauwelijks voor zijn verhalen, maar hij bleef zichzelf hardnekkig als een top-journalist aanmerken die gefnuikt werd door de boosaardige Nederlandse overheid. Na een lange rechtszaak haalde hij nog zijn gelijk ook. In 2000, vier jaar voor zijn dood, kreeg hij een schadevergoeding van acht miljoen gulden. Oltmans werd nog officiëler toen hij zijn archief, honderd meter lang, naliet aan de Koninklijke Bibliotheek. Na een Amsterdamse ontmoeting in 1987, een dubbelinterview, noteerde Hans Warren over Oltmans: ‘Hij is gek, dom en arrogant, hij schreeuwt verschrikkelijk, maar ik heb geen hekel aan hem gekregen’. Er is ook een verslag van de andere kant, Oltmans schrijft op 31 mei 1987 dat het gesprek ‘in een redelijke sfeer’ verliep ‘tot het moment dat Hans zei dat hij zijn jonge vriendje Mario even ging halen. Daarna veranderde de sfeer. Warren wilde macho overkomen bij zijn vriendje’. Hans Warren bleef recensies over Oltmans schrijven, hij bleef geïntrigeerd maar raakte ook steeds meer geïrriteerd. Tot woede van Oltmans, uiteraard uitgesproken in epistels op papier van verre hotels en voorzien van exotische postzegels.

MARIO MOLEGRAAF