Categoriearchief: Uit de nalatenschap

Momenteel werkt Mario Molegraaf aan de biografie van Hans Warren. Op zijn ontdekkingstocht door het leven van Warren stuit hij regelmatig op interessante vondsten. Op de eerste dag van elke maand deelt hij zo’n vondst met de bezoekers van onze website.

Uit de nalatenschap van Hans Warren 81 ~ Te koop: Pijkeswegje 1

De omgeving is bijna onherkenbaar. Huizen, wegen, wegrestaurants, om er een vriendelijk woord voor te gebruiken. Maar binnen blijkt de verandering minstens even groot. Binnen in Pijkeswegje 1, Hans Warren woonde er vanaf zomer 1957 tot aan zijn dood in 2001. Ik verscheen er in 1978, in wat oorspronkelijk twee arbeidershuisjes uit de zeventiende eeuw waren, behorend bij de naburige boerderij. Een woning met een verhaal, de Provinciale Zeeuwse Courant wijdde er een artikel aan toen het pand onlangs te koop kwam te staan. De prijs bedraagt 395.000 euro. En er is erfpacht verschuldigd, €6.742,62 per jaar, geen cent minder. Die erfpacht was voor uitgever Mai Spijkers reden van aankoop af te zien. Anders had hij van het pand, even ten zuiden van Goes, misschien het ‘Prometheus Schrijvershuis’ gemaakt. De erfpacht heeft met het verleden te maken, een testamentaire bepaling die wil dat de begunstigde minstens een stukje Zeeuwse grond behoudt. De bazin van Hans Warrens huis (eveneens van de boerderij en de omringende landerijen) was Marcella Catharina Clotterbooke Patijn van Kloetinge (1905-1994), geen woord minder, ofwel eenvoudig Lady Trench, vanwege haar huwelijk met Nigel Clive Sir Trench 7th Baron Ashtown KCMG (1916-2010), ex-Eton, ex-Corpus Christi Cambridge. In zijn dagboek noemde Hans Warren hen altijd met sympathie, bijvoorbeeld in 1977: ‘Mijn dierbare huisbazen, ruim twintig jaar al.’ We gingen een keer bij hen op bezoek in hun deftige huis in Londen, 4 Kensington Court Gardens. Er staan nog wat adressen in Hans Warrens befaamde boekje. Sir Trench, die uitstekend Nederlands sprak, was onder meer in Korea en Portugal ambassadeur van Groot-Brittannië geweest. Ook de Trenches zouden zijn geschrokken van Pijkeswegje 1 anno 2019. Hier is een wel zeer ijverige doe-het-zelver aan de slag geweest. Niets is overeind gelaten. Zelfs de plattegrond biedt nauwelijks een aanknopingspunt. Een zo vertrouwd huis waarin je toch zou verdwalen. Er is nu centrale verwarming en een slimme meter. Maar ik wil het toilet weer terug waar het acht graden kon vriezen, de bedsteden natuurlijk, door ons omgetoverd tot wijnkelder en bibliotheek, en de schuur vol koerende duiven niet te vergeten. Het was niet ons bezit, maar wel onze enclave. Verleden tijd, niet zijn huis meer, niet meer het huis van Hans Warren. Waar is hij nu nog thuis?

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 79 ~ De Regulierenpers

Ben Hosman, hij kwam even voor in het leven, het journaal én het adressenboekje van Hans Warren. Onlangs overleed hij, 79 jaar oud, ver uit het zicht van Nederland en de Nederlandse literatuur. Hij was vanaf 1969 een misschien stille, maar zeker onmisbare kracht bij de roemruchte uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep. Later begon hij met een bibliofiele pers. Hij woonde – we zien het in Hans Warrens adressenboekje (met een nieuw adres in Groningen erbij) – in Amsterdam, Reguliersgracht 50. Vandaar dat hij zijn pers ‘De Regulierenpers’ noemde. Volgens Wikipedia was De Regulierenpers, actief tussen 1984 en 1996 en goed voor 54 uitgaven, een van ‘de belangrijkste handdrukpersen in Nederland van na de Tweede Wereldoorlog’. Van deze pers rolden (zo heet dat toch?) twee van de zeldzaamste uitgaven die Hans Warren en ik ooit maakten, allebei vertalingen van Nieuwgriekse poëzie. In 1986 verscheen een uitgave, Nederlands én Grieks, van vier gedichten van Angelos Sikelianos onder de titel De heilige weg. Een jaar later verscheen, ook tweetalig, De Julianos-gedichten van K.P. Kavafis. Ongelooflijk mooi uitgegeven, maar het was voor deze drukker nooit mooi genoeg. Vandaar dat opmerkelijke inlegvel bij De Julianos-gedichten, een correctie op het colofon, een symbool voor Ben Hosmans perfectionisme, nimmer tevreden met het resultaat.

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 78 ~ Sri yantra

Het bewijs lijkt onweerlegbaar. Achterop staat de datum 15.1.67. De foto moet toen of vóór die dag zijn gemaakt. Ze hoorde bij een kleine en zeker ook fijne collectie Hans Warren-uitgaven die ik laatst op de veilingsite Catawiki aanschafte. ‘Originele zwart-witfoto. 8,8 x 8,5 cm. Met op de achterzijde een datumstempel 15.1.67. Huiselijk kiekje van de schrijver, aan tafel, voor een wand met vele wajangpoppen,’ luidde de begeleidende tekst. Januari 1967, Hans Warren was toen 45 en ik was een jongen van 6, leerling in de eerste klas van de Nassauschool. Maar op de foto zie ik Hans Warren zoals ik hem kende, met het vest dat hij droeg en droeg en droeg. En zit daar op zijn voorhoofd niet het litteken van een dermatologische ingreep, uitgevoerd toen hij al een man op leeftijd was? Maar wat valt er in te brengen tegen zulk hard bewijs als de datering? De foto biedt een blik op de Oosterse kamer, en wat voor Oosters voorwerp staat daar voor de dichter op tafel? Een bronzen sri yantra, Nepal, zeventiende-eeuws, aangeschaft op de Antiekbeurs in Delft, bij Jaap Polak, bekend van het tv-programma Tussen kunst en kitsch. Het is een complex geometrisch diagram, bedoeld voor meditatie, op een versierd onderstuk, vier leeuwen op de hoeken. Hans Warren vertelt over de aankoop in zijn dagboek, 13 oktober 1980. In de Provinciale Zeeuwse Courant berichtte hij altijd uitgebreid over de Delftse beurs, in zijn artikel van 11 oktober 1980 had hij de sri yantra ook gesignaleerd: ‘een buitengewoon boeiend en ook nog zeer decoratief voorwerp’. De foto moet nadien zijn gemaakt. Het bewijs lijkt onweerlegbaar. De voorkant van de foto zegt iets heel anders dan de achterkant. Bewijs tegen bewijs, ongeveer even ingewikkeld en duizelingwekkend als een sri yantra.

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 77 ~ Plato-vertaling

Toch weer samen op een titelblad: een binnenkort te verschijnen boek met de vier werken van Plato rondom het proces en de dood van Sokrates. Sokrates, martelaar van de filosofie gaat het heten. En onder die titel dus de vertrouwde woorden ‘Vertaald door Hans Warren en Mario Molegraaf’. De teksten, Euthyfron, Sokrates’ verdediging, Kriton en Faidon, vulden in 1995 de delen 3 en 4 van onze uitgave met Plato’s Verzameld werk. Prachtige literatuur! In een nieuw nawoord heb ik toen en nu, 399 voor Chr. en 2019 na Chr., proberen te verbinden. Ik heb nét het nazien van de drukproef afgerond. Vermoedelijk zullen ze op de uitgeverij enigszins schrikken van het resultaat, heel wat correcties, en allemaal in dezelfde trant. Ik ben en blijf tevreden over de vertaling van Hans en mij, maar hier en daar kan het íets natuurlijker, kan normale spreektaal nóg dichter worden benaderd. Er stond in onze vertaling van de dialogen nog behoorlijk vaak ‘echter’, zo praat echter niemand, het wordt dus ‘maar’. En al die keren ‘men’, men gebruikt dat woord nauwelijks in een gesprek, een ongedwongen ‘je’ komt ervoor in de plaats. Sokrates praat met zijn vrienden. Bij het correctiewerk lijkt het soms of ik nog praat met Hans. Ik schrap en schrap, maar nooit kan een streep door die twee namen op het titelblad.

MARIO MOLEGRAAF

Photography of commemorative Euro coins

Uit de nalatenschap van Hans Warren 76 ~ De Oosterse Bibliotheek

Op zaterdag 29 juli 1978, de dag dat ik Hans Warren leerde kennen, stond ook gewoon zijn wekelijkse letterkundige kroniek in de Provinciale Zeeuwse Courant. Het boek waarvoor hij op deze dag de aandacht vroeg, was (je zou er bijna iets achter zoeken) Liefde rond, liefde vierkant, een keuze uit zeven eeuwen Koreaanse poëzie, vertaald en toegelicht door Frits Vos. Het was deel 7 uit ‘De Oosterse Bibliotheek’, een prestigieuze reeks van uitgeverij Meulenhoff. ‘Een grote aanwinst in deze prachtige serie,’ oordeelde Hans Warren. En hij kon het weten, want het lijkt wel of hij erop had zitten wachten, op ‘De Oosterse Bibliotheek’ bedoel ik. Deel voor deel, met literatuur uit onder meer het oude India, China, Japan, Arabië, werd door hem uitbundig en uitvoerig besproken. Om te beginnen natuurlijk deel 1, De schending van Soebadra, een Javaans schimmenspel, waarop hij in de krant van 27 november 1976 inging. Het artikel telt drie kolommen, in de derde roept hij zichzelf tot de orde met een ‘Doch terzake’, in de eerste twee vertelt hij over zijn eigen ervaringen met wajang: ‘Nooit zal ik het ogenblik vergeten dat ik voor het eerst een wajangpop zag. Nooit ook dat ik voor het eerst de betoverende klanken van de gamelan hoorde.’ Bij het boek had hij enige bedenkingen: ‘Zoiets alsof je het libretto van een opera leest en er de rest maar bij verzinnen moet.’ Na vierentwintig delen was het afgelopen. ‘Niet verder verschenen,’ meldt de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek over de reeks. Maar wat een tijden waren dat, tijden die nooit meer terug keren. Tijden dat zulke veeleisende boeken konden verschijnen, ze gelezen werden en minstens één bespreker er helemaal in opging. Hans Warren zette al zijn zintuigen in bij ‘De Oosterse Bibliotheek’. Zo kon hij de lezers van zijn krant over het eerste deel verzekeren: ‘De drukinkt ruikt lekker.’ Ik ga deze boeken toch weer eens uit de kast halen. Snuif ik daar de lucht van 29 juli 1978 op?

MARIO MOLEGRAAF