Maandelijks archief: juli 2003

29 juli 1978

11.30 – Ik heb een taxi besteld voor twaalf uur en voel me een dwaas. Een man van mijn leeftijd die zich uit geilheid en nieuwsgierigheid in zo’n situatie manoeuvreert! Waarschijnlijk worden het moeizame uren met een jongen die me niet ligt. Telkens toch het duiveltje: wie weet! Ik hoop zo dat ik hem begeren kan. Die allereerste indruk-(Geheim Dagboek 1977-1978)

Het is vandaag 25 jaar geleden dat Warren en Molegraaf elkaar voor het eerst ontmoetten.

Pfeijffer over Warren


Ilja Leonard Pfeijffer heeft bij de Arbeiderspers zijn stukken over poëzie gebundeld in Het geheim van het vermoorde geneuzel. In het boek is ook opgenomen Pfeijffers bespreking van de Verzamelde gedichten van Warren. Het stuk verscheen eerder, op 29 november 2002, in NRC Handelsblad onder de titel “Gevoelens waar gevoel op staat”. Warren is onder andere bekend – en geprezen – als vertaler (met Molegraaf) van Kavafis. Het ligt dus (erg) voor de hand om in een bespreking van Warrens eigen poëzie deze te vergelijken met de Kavafis-vertaling. Net zoals Hunink in Ons Erfdeel (Nieuws 16 juni jl.), moet Pfeijffer dan wel concluderen dat Warren in zijn eigen werk niet het niveau haalt van het door hem bewonderde voorbeeld. (Maar welke dichter haalt dat wel?) Volgens Pfeijffer is het cruciale probleem van Warrens poëzie dat hier “grote gevoelens” expliciet worden benoemd. Het zijn twee misverstanden in één: dat poëzie over grote gevoelens moet gaan en dat je om de grote gevoelens op te roepen, de grote gevoelens alleen maar bij name hoeft te noemen. Pfeijffer citeert een paar regels waarin Warren inderdaad de woorden liefde, eenzaamheid, en geluk gebruikt, alsof gedichten waarin die woorden voorkomen, alleen maar slechte gedichten kunnen zijn. Op 26 februari 1999 schreef Warren een stuk in de PZC onder de titel: “De oudheid is al lang voorbij. Nu Pfeiffer nog!”.

De Kaloot gered?


Het laatst overgebleven stukje van Warrens “vogelparadijs”, De Kaloot bij Borssele, lijkt gered nu de Raad van State gisteren een streep heeft gehaald door het plan van de Zeeuwse Provinciale Staten om er de Westerschelde Container Terminal te bouwen. De indieners van bezwaren tegen de WCT, waaronder de vereniging Redt de Kaloot, kregen op bijna alle punten van de Raad van State gelijk. Volgens de provincie Zeeland is het project daarmee nog niet van de baan, maar een vertraging van tenminste twee jaar is zeker. Warren schreef al in de jaren veertig over dit natuurgebied in het tijdschrift De Levende Natuur. In het allereerste nummer van het Zeeuws Tijdschrift (1950) noemt hij het een gebied “van bijzondere waarde, bij ingewijden bekend door heel ons land, maar niettemin verstoken van vrijwel elke vorm van bescherming”. Warren-lezers kennen De Kaloot verder uit het Geheim Dagboek en vooral uit Warrens Natuurdagboek 1936-1942. Volgens Warren zelf was van het natuurgebied zoals hij dat kende toch al “niets, maar dan ook niets meer over”.Zie verder: het WCT-dossier van de Provinciale Zeeuwse Courant

“Ik begraaf Hans mee voor twee” Emailing van Brigitte Raskin en Tom Lanoye



Brigitte Raskin en Tom Lanoye waren meer dan alleen collega-schrijvers van Warren. Dat blijkt ook uit de email-berichten die ze elkaar stuurden op de dag na Warrens dood.Ze hebben vriendelijk toestemming verleend voor publicatie van deze emailing op onze site:Emailing Raskin/Lanoye 20 december 2001
Foto Brigitte Raskin: Chris van Houts Foto Tom Lanoye: Michiel Hendryckx