Categoriearchief: Geen categorie

Stippelberg

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer landgoed De Stippelberg.

Uit Geheim Dagboek:
15 juni [1999] – 15.40 – Gisteravond bracht ik tijdens het eten – asperges, gerookte ham – het naderende uitstapje ter sprake, wat M.’s plannen waren. Die vielen me mee. (…), en vervolgens de speurtocht naar nachtzwaluwen te maken in Landgoed de Stippelberg bij Milheeze. Ze zijn heel zeldzaam geworden. (…)Via een prachtige route reden we naar De Peel. We begonnen op te letten op de weg van Rips naar Milheeze, ik had het raam open , en vroeg M. te stoppen en de motor af te zetten als het terrein me geschikt leek. Toen we voor de tweede keer het rondje reden, hoorde ik niet ver van de Sitsvijver (sic) het onmiskenbare gesnor en geratel. (…) Ook het kwait-achtige geluid klonk. (…) Omstreeks één uur waren we thuis, (…).Ik heb m’n hoofdstuk over de nachtzwaluw nog eens nagelezen in Nachtvogels. Het is niet eens zo gek, het verraadt in stijl en aanpak wel sterk de invloed van Jac. P. Thijsse. Het boek verscheen op 17 november 1948, meer dan vijftig jaar geleden. 

Nieuw werk Hans Warren: Soleil noir

Ter gelegenheid van de 99e verjaardag van Hans Warren verscheen bij Althaeapers in Den Haag: Soleil Noir. In deze verrassende uitgave beschrijft Warren een van zijn eerste ervaringen in het Parijs van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Mario Molegraaf schreef er een achtergrondtekst bij: Op de fiets over de Place de la Concorde. Het boekje is prachtig geïllustreerd door Johan Breuker. Zie voor al dit moois: http://althaeapers.nl/uitgaven/johan-breuker/hans-warren-soleil-noir/

De Althaeapers is geen onbekende voor ons. In 2013 verscheen daar de bibliofiele uitgave Liedje voor een kleine ziel van Eric de Rooij (http://althaeapers.nl/uitgaven/bert-osnabrug/eric-de-rooij-liedje-voor-een-kleine-ziel/)

D.A.F. de Sade in herdruk

Dit najaar verscheen de vijftiende druk van ‘De 120 dagen van Sodom’ van D.A.F. de Sade (1740 -1814) in de vertaling van Hans Warren. Van deze vertaling werden in de loop van de tijd zo’n honderdduizend (!) exemplaren verkocht. De nieuwe De Sade is naast gebonden ook als e-book verkrijgbaar.

Van de achterflap: ‘Tranen van bloed’ huilde Markies de Sade toen hij zijn levenswerk verloren waande: het beroemde en beruchte manuscript van ruim 12 meter lang en 11 centimeter breed waarop hij vanaf 22 oktober 1785 in de Parijse Bastillegevangenis heimelijk De 120 dagen van Sodom had geschreven. Ruim honderd jaar later bleek iemand de rol toch te hebben gered en eind 2017 werd die door de Franse regering tot ‘trésor national’ verklaard.
Tweeënveertig vrouwen en knapen worden gevangengehouden in een ontoegankelijk kasteel, overgeleverd aan de grillen van vier libertijnen. Deze onvoltooid gebleven roman is vooral zo beangstigend door de consequentheid waarmee over seks en geweld is nagedacht. De Sade zocht naar de absolute waarheid, maar koos daarbij een richting waarin vrijwel niemand durft te kijken. Zo ontstond een ‘bijbel van het kwaad’. Een verpletterende, maar dikwijls ook humoristische catalogus van wellust en wreedheid, met een eeuwige actualiteit.

Donatien Alphonse François de Sade, bekend onder de naam Markies de Sade, was een Franse aristocraat, schrijver en bekende voorstander van het libertinisme. De woorden sadisme en sadomasochisme zijn van zijn naam afgeleid. Volg de link:

https://www.topics.nl/geen-god-geen-wet-geen-rem-a15087478parool/03d0ef27d084845c94daf065deb5769044e7c4ad403269437ae956e9528a5319/?context=brand/hp/&referrerUserId=891d2ba3-1d62-4ab4-b3be-5be9c36f2b81

Uit de nalatenschap van Hans Warren 92 ~ Het debuut

Zijn debuut als natuurschrijver valt precies te plaatsen: april 1941, hij zat nog op de HBS in Goes, een artikel ‘Overwinteren in 1939-1940’, vooral over het overwinteren van kluten in Zeeland, in het tijdschrift In weer en wind. Maar wanneer liet Hans Warren zich voor het eerst zien als literaire auteur? We hebben het op deze plaats wel eens gehad over De Trekker. In 1942 stuurde hij poëzie in naar dat tijdschrift, maar het blijft een raadsel of het ooit tot publicatie is gekomen. In ieder geval waren najaar 1944 gedichten van hem te lezen. Maar welk blad was toen het eerst? De aflevering van Maecenas met Hans Warrens ‘Stanzen’ verscheen in november 1944. In dezelfde maand verscheen óók het betreffende nummer van Parade der Profeten. Het is onduidelijk wie de eer mag opeisen, maar Hans Warren was via Maecenas en redacteur Willem Karel van Loon tot Parade doorgedrongen. In de inhoudsopgave zien we dan ook (M) achter zijn naam staan, dat betekent ‘Medewerker van de Maecenas-groep’. Het nummer van Parade, een zeldzaam en belangrijk literair-historisch document, begint met pagina 177 en eindigt op pagina 296 met een colophon. Hans Warren is met vijf gedichten vertegenwoordigd: ‘Calandpolder’ staat op pagina 203, ‘Laatste lied’ (een eerdere versie van ‘Laatst herfstlied’) en ‘De boot’ (verdwenen uit het oeuvre) op pagina 204, ‘Landelijke herfst’ op pagina 205, en op een ‘207 a’ genummerde pagina verschijnt ‘Stanzen’. Om trouwens in een februari 1945 verschenen tweede herziene druk weer te verdwijnen, zoals meer gedichten en zelfs hele dichters verdwijnen. Deze keer loopt het geheel van bladzijde 1 tot en met 102, Hans Warrens werk staat op bladzijde 70, 71 en 72. ‘Calandpolder’ is abusievelijk omgedoopt tot ‘Callandpolder’ en van een verrassend toepasselijke illustratie voorzien, of misschien toch niet zo verrassend, want de houtsnede is van de Zeeuwse kunstenaar Joost Baljeu, in 1925 te Middelburg geboren. Het ging oorspronkelijk om een driedubbele aflevering (nr. 7-8-9) van het sinds mei 1944 verschijnende tijdschrift. Van begin af aan gebruikten de medewerkers, schrijvers en beeldende kunstenaars, hun eigen naam. Vanwege de uitvoering – gestencild en met ingeplakte illustraties – maakt het geheel een wat schoolkrantachtige indruk. Maar men heeft, zie het colophon, bibliofiele pretenties, er verschijnt zelfs een luxe editie, alle exemplaren zijn genummerd (Hans Warren kreeg nummer 47) en door de redacteuren Carla Scheidler, Jan Praas en Ad. Van Noppen gesigneerd. In het poëzienummer vinden we naast vergeten dichters bekende namen, Ad den Besten en Guillaume van der Graft, Willem Frederik Hermans (in een eerdere aflevering van Parade gedebuteerd) en Paul Rodenko. Achteraf gezien zijn Rodenko’s gedichten de opmerkelijkste, ze nopen tot een herschrijving van de literatuurgeschiedenis waarin men over het hoofd zag dat de eerste ‘Vijftiger’ al in 1944 tot een eruptie kwam. C.A.G. Planije en Jan Praas droegen een uitvoerig essay bij, ‘Verengde kringen’, waarin de nieuwste poëzie wordt overzien. Ze gaan uitgebreid in op het werk van Hans Warren, een ‘moderne Griek, die (althans voorlopig) zijn eden schijnt te hebben gevonden’. Zijn werk is ‘stoer en onwrikbaar’, heeft ‘een harde, soepele zegging’, en de dichter onderscheidt zich ‘sterk van de intellectuele, veelal overbeschaafde poëzie’. De top-vier van ‘de opmerkelijkste en tot nu toe belangrijkste dichters van deze generatie’ bestaat volgens hen uit W.J. van der Molen, Guillaume van der Graft, Eb van de Beld en Hans Warren. Of deze Parade werkelijk zijn debuut bevatte? Hoe dan ook, het begin van zijn literaire loopbaan beloofde wat.

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 91 ~ Julien Green

Arie Jan Gelderblom deed onlangs een bijzondere ontdekking in het dagboek van Julien Green (1900-1988): Hans Warren was hier, niet bij naam, maar toch onmiskenbaar. Hij vertelde erover op deze site. Het was zoiets als een moord oplossen zonder lijk – zo spannend kan literatuurhistorie zijn – want hij beschikte slechts over Greens aantekening van 4 februari 1947 en zijn speurdersinstinct. Niet over de brief uit Nederland waarnaar Green verwijst: ‘Ce matin, une lettre de Hollande’. In Hans Warrens gepubliceerde dagboek over deze periode is er volop aandacht voor Greens journaal, de 25-jarige dichter uit Borssele geniet van het boek, al vindt hij het teleurstellend ‘een decent-naakte Green’ te zien te krijgen. Van een brief aan Green is in het gedrukte dagboek geen sprake, maar op zondag 26 januari 1947 heeft Hans Warren die wel degelijk geschreven. Kijk maar in zijn zakagenda op die datum: ‘Ce soir écrit à Julien Green’. Nog meer bewijs biedt de kladversie. Green blijkt een zorgvuldig overschrijver: het lange citaat in diens dagboek stemt vrijwel letterlijk overeen met wat we in Hans Warrens opzet lezen. Green nam de aantekening op in zijn Journal 1946-1950, voor het eerst verschenen in 1951. Die vaart zegt veel over de veilige aard van Julien Greens dagboek. Zoals het ook veel zegt dat Hans Warren het boek waarin hij opduikt als ‘un jeune inconnu’ is ontgaan: hij verloor zijn interesse voor de ‘decent-naakte’ dagboekschrijver weer snel. Wie weet is Arie Jan Gelderbloms fraaie vondst aanleiding nog eens een selectie uit de dagboeken van Julien Green in het Nederlands uit te brengen. Maar dan zorgvuldig gekozen en behoorlijk vertaald – want Greetje van den Bergh, die de ‘Nederlandse’ aantekening van 4 februari 1947 negeerde en denkt dat je ‘gant’ (handschoen) met jas moet vertalen, verdient geen complimenten voor haar uitgave uit 1981. Hans Warrens beheersing van het Frans was, zie zijn brief, jaloersmakend goed. Hij hoopte op antwoord. ‘Quelques mots à un jeune homme,’ schrijft hij aan het slot. Die reactie kwam niet, of op deze indirecte manier toch eigenlijk wel.

MARIO MOLEGRAAF