Categoriearchief: Geen categorie

Honderdste geboortedag Hans Warren (1921-2021)

Vandaag, 20 oktober, is het honderd jaar geleden dat Hans Warren werd geboren. Ter gelegenheid daarvan verschijnt bij de Avalon Pers een bibliofiele uitgave met Vijf vroege verzen, waarvan het onderstaande er een is.

Soms houd ik van hem, wanneer langs zijn lippen
Het lamplicht donzig glanst als langs fluweel
Hij is zo jong nog, en iets leuks trekt om zijn wangen
Terwijl zijn ogen somber branden. Er is veel

Dat hij zo juist en zwaar weet te verklaren
Dan broeit er iets donkers in zijn zware kop
En het is stug en sterk. En ik, verlegen,
Laat hem de stelling op de plompe top.

Hij ziet meer van mijn leven dan mij lief is
En toch ga ik naar hem, en spreek te veel
Wanneer het lamplicht om zijn open lippen
Zo donzig glanst als donkerrood fluweel.

(23 februari 1944)

De PZC besteedt vandaag aandacht aan de geboortedag van Warren in een interview met Mario Molegraaf.

https://www.pzc.nl/zeeuws-nieuws/het-is-de-honderste-geboortedag-van-hans-warren-een-monumentje-voor-hans-zou-niet-verkeerd-zijn~a15bc45d/

Cornelis Brakman

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer: Cornelis Brakman.

Cornelis Brakman (Cadzand, 25 mei 1879 – Middelburg, 6 maart 1955) was Hoofd der Openbare Lagere School te Nieuwland en conchylioloog/malacoloog. Hij woonde  te Nieuw- en Sint Joosland (Veerstraat 9) en is aldaar begraven op de begraafplaats aan de Oude Rijksweg.
De tekst op de zerk: “Hier rusten onze geliefde ouders Cornelis Brakman geb. 25 mei 1879 overl. 5 maart 1955 en Johanna Adriana Reijnoudt geb. 27 februari 1880 overl. 19 juni 1949”.

Uit: Ik ging naar de Noordnol:
30 juli. [1941] – (…) ‘s-Middags ben ik naar de heer Cornelis Brakman geweest, in Nieuw- en Sint Joosland. Ik ben hem zeer dankbaar, want hij heeft alle fossiele schelpen die ik niet kende voor me gedetermineerd, me de Latijnse namen gezegd en me weer enthousiast gemaakt voor dit onderdeel van de conchyliologie. (…) Niemand heeft waarschijnlijk zo’n gespecialiseerde kennis als de heer Brakman. Bij mijn verzameling Zeeuwse fossiele schelpen is mijn collectie van de Kaloot beslist armzalig, en toch voel ik me bevoorrecht. (…)
1 sep. [1941] – Tweede bezoek aan Brakman. We hebben van kwart voor twee tot half zeven ononderbroken zitten determineren, er zijn nu weer achtentwintig soorten van mijn collectie meer op naam, zodat ik op honderdennegen verschillende fossiele soorten kom. (…)
24 sep. [1941] – Derde bezoek aan Brakman, die nog enkele fossiele schelpen voor me determineerde. Twee kon hij niet thuisbrengen, een had hij zelfs nog nooit gezien. (…)

Uit de nalatenschap van Hans Warren 101 ~ Maria de Roo

Elke dag kijkt ze me aan, Maria Lena de Roo, ofwel Miep de Roo zoals ze in Goes heette, ofwel Sibylle zoals Hans Warren haar noemde in Geheim dagboek. Ze kijkt niet met echte ogen, maar met ogen van klei, een beeld van de hand van Jan Wolkers, tussen 1947 en 1957 met haar getrouwd. Wolkers leerde haar kennen in Leiden. ‘Binnen een paar maanden was ze zwanger,’ vertelde hij in een interview in 2003. De opschepperige toon hoef je er nauwelijks bij te denken, want tegelijk vergeleek hij zijn prestaties met die van Hans Warren: ‘Ik geloof niet dat ze ooit gevreeën hebben, want hij keek altijd naar jongens’. Veel hoogte krijg ik niet van mooie Maria, je verwacht ook niet anders van een sibille. Ik heb haar nooit meegemaakt, anders dan Hans Warren, vóór Jan Wolkers haar geliefde en iets virieler dan deze opperde. In de jaren zeventig heeft Hans Warren een poging gedaan het contact met haar te herstellen. O, de magie van oude liefde, of je je jeugd opnieuw beleeft, je jonge ik weer terugkeert. Maar het bleef in zijn geval bij voorspel per brief én de dichtbundel ’t Zelve anders, een bijzondere onderneming, dat vonden destijds ook de besprekers. Een van hen, Karel Soudijn in NRC Handelsblad van 11 juli 1975, zei destijds iets wat aan Wolkers’ woorden doet denken: ‘Hans Warren beschrijft in de jaren 1942-1944 vrouwen vaak alsof het om tere bloemen gaat, die je voorzichtig kunt plukken, in een vaas zetten en bewonderen’. Maria de Roo stierf in 1993, 70 jaar oud. De datum was 19 december. Zoals Hans Warren, in 2001, op 19 december stierf. Te toevallig voor toeval. In 2008 publiceerden Ronny Boogaart en Eric de Rooij in het blad De Parelduiker een zeer lezenswaardig artikel over deze tere bloem, hard geraakt door het leven. Ze veronderstellen dat de twee elkaar na maart 1951 niet meer hebben ontmoet. In een dagboekaantekening van 11 juni 1994 herinnert Hans Warren zich een iets later weerzien: tijdens een feest waarop het tienjarig bestaan van het tijdschrift Podium werd gevierd, begonnen op zaterdagavond 22 mei 1954 en pas zondagochtend 23 mei voorbij. Ook dan blijft de rekensom angstaanjagend. Na al die jaren komen soms toch nog nieuwe stukjes van de sibille-puzzel tevoorschijn. In De Parelduiker viel al te lezen dat ze even als vertaalster uit het Engels actief was, een korte onderbreking van haar eeuwige lethargie. De auteurs vonden vier boeken. Ik stuitte op nog twee uitgaven waarin met kleine letters staat vermeld: ‘Nederlands van Maria de Roo’. De laatste keer was in 1964: haar weergave van een korte roman van H.E. Bates, Een kroon van wilde mirte. De een na laatste keer was in 1963: een pocket met de titel Is het liefdeleven zo noodzakelijk?, wie weet op haar latere leven toepasselijke woorden. Gerard Reve bewonderde haar schoonheid ook, blijkt uit een brief aan Jan Wolkers van 22 oktober 1959, vorig jaar geveild voor €1.252: ‘Ik ben weer door Maria’s schoonheid getroffen. Er ontbreekt wel iets, maar ze is verblindend mooi’. Er ontbreekt iets, is dat het raadsel in die blik van het beeld?

MARIO MOLEGRAAF

De boekhandel van Palsenbarg

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer: de boekhandel van Palsenbarg (Thans: Vissertoys.nl).

Ornitholoog Willem Palsenbarg (Goes, 7 februari 1892 – Vorden, 1 december 1963) had een boekhandel aan de Lange Vorststraat 34 in Goes en Warren, toen nog een middelbare scholier, raakte met hem bevriend. Samen maakten ze lange tochten in de Zeeuwse natuur.

Uit: Ik ging naar de Noordnol (p.12):(…) ik leerde in Goes Willem Palsenbarg kennen, en wel doordat ik aangelokt werd door de vogelboeken in de etalage van zijn zaak, boeken als Vogelidyllen van J. Vijverberg, (…). Palsenbarg was van de generatie van mijn vader. Hij woonde met zijn zuster en een Belgische gouvernante achter en boven de winkel in de Langevorststraat. (…) van zijn fenomenale kennis van vogels heb ik veel geleerd. (…)
Uit Geheim Dagboek:30 dec. [1963] – (…) Ik denk niet dat ik ooit duidelijk zal kunnen maken wat deze man voor mij betekend heeft in de bijna dertig jaar dat we bevriend waren. Hij was een van de meest bijzondere mensen die ik heb ontmoet en hij bezat gaven die ik bij niemand anders aangetroffen heb. (…)  Er was ook iets zeer onharmonisch in hem, een onvrede met zijn sociale status. Zijn vader was een bekend leraar geweest, hij was maar boekhandelaar, een toko-houder zoals hij dat nog verder kleineerde. (…)


cf. de fotorubriek op deze website van november 2011 en september 2013 en voor een afbeelding van de oorspronkelijke winkelpui; Ronny Boogaart en Eric de Rooij (2007), Hart van mijn land ik ben terug. Een literaire wandeling door het Zeeland van Hans Warren, pag. 76.

Restaurant Nolet – ’t Reymerswaele, Yerseke

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer, omdat de restaurants weer open zijn: restaurant Nolet – ’t Reymerswaele in Yerseke.

Geheim Dagboek 13 sep. [1986] – 11.15 – (…) Donderdag brachten we de hele dag met M.’s ouders door. We deden een rondje Zeeland met hen. We lunchten bij ‘Nolet’ in Yerseke, alleen de mossels waren goed. Daarna bezochten we uitvoerig de oesterputten. Omstreeks zeven uur waren we hier. (…)

3 juni [1991] – 10.30 – (…) en toen zijn we gaan eten bij Nolet in Yerseke. Eerst drie grote Zeeuwse oesters, zo lekker als ik ze in jaren niet heb gehad. Daarna een gerecht met asperges, zalm en kaviaar. Een halve kreeft, paling in het groen, gebakken tarbot, zeer goed allemaal. We dronken er anderhalve fles Mercury bij. (…)

5 aug. [1994] – 23.15 – (…) we gingen eten bij Nolet ’t Reymerswaele in Yerseke, heel slecht, op de gerookte paling na. We zagen een man voorbijfietsen met een havik op zijn hand, die ging de meeuwen verjagen bij de mossels. (…)
10 nov. [1997] – 10.40 – (…) Ik stelde voor ergens te eten, we zijn naar Nolet-Het Reymerswale [sic] gegaan. Nog nooit was het er zo goed. Zowel de rauwe oesters als de oesters in champagnesaus bleken superieur. En dan die mosselsoep! (…)

28 mei [1999] – 21 u. – (…) We zijn gaan luchen bij Nolet – ’t Reymerswaele, waar het slecht was en we toch f 750 kwijt waren. (…)

13 dec. [1999] – 15.30 – (…) We aten bij Nolet – ’t Reymerswaele, een goede keuze, het was er heel aangenaam. (…)

20 aug. [2000] – zondag 20.15 – (…) Het was mosseldag in Yerseke, 45.000 bezoekers, maar we konden nog terecht in Nolet – Het Reymerswaele. Het was er uitstekend, de eerste wilde eend van het jaar, carpaccio van zeebaars, mosselsoep.

24 okt [2000] – 15.40 – (…) Zo kwamen we weer bij Nolet – ’t Reymerswaele terecht. En ik nam weer de moules parquées, verder wildbouillon en gebakken rogvleugel. (…) M. is trouwens verrukt van de zaak, hij rekent het tot de beste restaurants van Zeeland. (…)