Biografie

Geboorte
Hans Warren wordt op 20 oktober 1921, om 23.50 uur, geboren in Borssele. Z’n moeder bevalt thuis, op het adres Zeedijk 323, in de voorkamer van de linkervleugel. Hans Warren zou enig kind blijven. Tot februari 1947 blijft het gezin Warren op Zeedijk 323 wonen. Het huis is na de watersnoodramp van 1953 afgebroken.


Ouders
In 1919 trouwt Pieter Warren (1890-1959) met Albertina Femmetje Mennes (1894-1951). Pieter is water- en wegenbouwkundig ingenieur; tot haar huwelijk is Albertina onderwijzeres. In augustus 1921, twee maanden voor de geboorte van Hans, gaan zijn ouders in Borssele wonen.

In Geheim Dagboek 2001 krijgt Hans Warren, voor zijn verjaardag, een uitgebreide genealogie toegestuurd. Daaruit blijkt dat in 1853 door een penhaal van Hans’ overgrootvader Johannes de naam Warre is veranderd in Warren.

Het Woordenboek der Zeeuwse Dialecten vermeldt als betekenissen van warre:
1. War, verwardheid. In de warre zitte(n): ergens over tobben. In plaats van warre ook wel warrel. De warrel in de kop è(n): dwars, balsturig zijn.
2. (In hout) draaiing, kwast.

Verdams Middelnederlandsch handwoordenboek geeft daarnaast voor warre: “Stoep, uitstekend hoofd in het water”.

Jeugdjaren

Schaduwportret van Hans Warren uit 1935. De foto is gemaakt tijdens de wereldtentoonstelling in Brussel.

Hans Warren heeft als kind weinig contact met leeftijdgenoten. Hij is al zeven jaar als hij in 1928 voor het eerst naar school gaat: de Openbare Lagere School van Borssele. Op school blijft hij een buitenstaander. De toenmalige hoofdonderwijzer Hubrecht de Priester, een liefhebber van plantkunde, maakt Warren enthousiast voor de natuur.


Schoolfoto, mei 1930, Hans Warren staat middelste rij rechts in een matrozenpakje. Tweede van rechts meester De Priester.

In 1935 gaat Warren naar het Goese Lyceum. Weer vindt hij een docent die hem veel over de natuur zal leren: Ernst Jacobi, de latere directeur van Artis. Het is inmiddels oorlog geworden. In 1941 doet Warren eindexamen (hij is in de vierde klas blijven zitten). Na zijn eindexamen weet hij niet goed wat hij met zijn leven wil aanvangen. Een korte tijd woont hij in Amsterdam, waar hij als vrijwilliger werkt op het Dialectenbureau van P.J. Meertens. Intussen is hij begonnen met publiceren in natuurtijdschriften als In weer en wind, De Levende Natuur en De wandelaar. Zijn meeste artikelen gaan over vogels. Natuurkenner en schrijver Jac. P. Thijsse is zijn grote voorbeeld.


Jac. P. Thijsse


Tekening van een lijster door Hans Warren in De Levende Natuur van 1 maart 1942

Warren houdt dan al een Natuurdagboek bij. Op 27 oktober 1942 ontmoet Warren Jac. P. Thijsse, die in hem een opvolger ziet.

Eerder, op 16 april 1942, schrijft Warren zijn eerste regels in zijn Geheim Dagboek:

In mijn natuurdagboek, dat ik nu twee en een half jaar bijhoud, schreef ik soms dingen op die ik liever voor ieder verborgen wil houden. Omdat ik een uitlaatklep moest hebben voor mijn spanningen; om te praten in eenzaamheid of verdriet. Nu ga ik een tweede, geheim dagboek beginnen.

Huwelijk
Op 13 augustus 1949 ontmoet Hans Warren voor het eerst de vrouw die in Geheim Dagboek Mabel MacLaurin wordt genoemd. Warren werkt op dat moment als ambtenaar van de burgerlijke stand bij de gemeente Borssele.

Mabel, een Engelse van Schotse afkomst, is zeven jaar jonger dan Warren. Ze heeft Frans gestudeerd in Oxford. In 1949 logeert ze in Borssele bij de familie “Risseeuw”. Met de zoon des huizes, “Jaap”, correspondeert ze dan al enkele jaren en diens ouders zien Warren als een kaper op de kust. Terecht, zo blijkt al bij de eerste ontmoeting. Hoewel Mabel enkele maanden later, per brief vanuit Engeland, de relatie met Warren verbreekt, komen de twee weer bij elkaar in augustus 1951. Het is een moeilijke tijd voor Warren. Na een lang ziekbed is die zomer zijn moeder overleden. Hij twijfelt in zijn dagboek. Na Antonia en Sybille toch weer iets met een vrouw beginnen? In 1952, als Warren bij Mabel in Bournemouth verblijft, blijkt zij zwanger. Op 18 mei van dat jaar treden ze in het huwelijk. Toch besluiten zij in augustus de zwangerschap te beëindigen.


Hans Warren in Bournemouth

Uit het huwelijk worden drie kinderen geboren. Zij krijgen, evenals hun moeder, in Geheim Dagboek een schuilnaam. De geboorte van de twee dochters vindt plaats in de jaren dat Hans Warren en Mabel in Parijs wonen: op 12 september 1954 wordt Amanda geboren, op 7 juni 1956 Beryl.

Warren met zijn dochters in de tuin (1958)

Op 6 mei 1958, als de Warrens teruggekeerd zijn in Zeeland, wordt hun zoon Gideon geboren. Mabel, die in Parijs lesgaf aan de École Militaire en later op een privé-school in Orsay, gaat werken als lerares Frans aan een middelbare school in Goes. Het huwelijk van Mabel en Warren zal 23 jaar duren. Op 21 juni 1975 verlaat Mabel voorgoed de woning aan het Pijkeswegje in Kloetinge. Tegenwoordig woont ze in Vlissingen.

Parijs
In oktober 1948 brengt Hans Warren voor het eerst een bezoek aan Parijs. Bij een tweede bezoek, in 1950, verblijft hij ook enige dagen in Dourgne bij Isabelle Rivière, de zuster van Alain-Fournier (schrijver van Le Grand Meaulnes). De jaren erna reist hij vaak naar Parijs als gids voor groepen toeristen.

Als Mabel een baan krijgt in Parijs, als docent aan de École Militaire, besluit Warren mee te gaan. In september 1953 vertrekken ze. Het eerste jaar wonen ze in Nanterre, waar Warren zijn stukken voor de Provinciale Zeeuwse Courant schrijft en later ook vertalingen maakt.

Warren brengt veel tijd door in het Parijse nachtleven, vooral rondom Place Pigalle. Daar heeft hij enkele vluchtige ontmoetingen met Jean Genet, maar vooral ontmoet hij er de Arabische jongens die een belangrijke inspiratie voor zijn poëzie zullen blijken.

Zo ontmoet hij op 16 juli 1952, in Dupont Latin, voor het eerst Mohammed Iamarène, die zich ook wel “Marc” laat noemen. (Warren zal in 1954 gedichten publiceren in Podium onder het pseudoniem Marc Dupont). En er is Saïd (voluit: Saïd Ben Saleh, geboren 1932), die het schopt tot titel van Warrens dichtbundel uit 1957. Twee maal vormen Warren en Mabel een ménage-a-trois: de eerste keer met Habib Tounsi, de tweede keer met Rabah Rehioui. Na een ruzie met Rabah vertrekt Warren, uit angst vermoord te worden, in 1954 voor een aantal maanden alleen terug naar Borselle.

Van links naar rechts: Habib Tounsi, Saïd Ben Saleh en Mohammed Iamarène (met Amanda)

In 1955 verhuist het gezin Warren van Nanterre naar het adres Avenue de Bellevue 10 in Lozere-sur-Yvette.

De Warrens blijven hier wonen tot hun terugkeer naar Nederland in de zomer van 1957. Op 1 juli van dat jaar vestigen ze zich aan het Pijkeswegje te Kloetinge, waar Warren tot zijn dood zal blijven wonen.

Stille jaren
De jaren na de terugkeer uit Parijs zijn lastig voor Warren. In 1959 overlijdt zijn vader. Het gezinsleven slokt hem op, tot literaire prestaties komt hij niet meer. Alleen zijn Kroniek in de Provinciale Zeeuwse Courant blijft hij trouw schrijven. Als Warren jaren later het dagboekdeel over deze periode klaarmaakt, schrijft hij aan Brigitte Raskin:

Met deel VIII van het geheim dagboek maak ik niet veel vorderingen. De depressie waarin ik in de jaren zestig verkeerde vrolijkt me anno heden ook niet bepaald op, ik zoek telkens een excuus om er niet aan verder te gaan.


Warren in 1970. De foto werd gemaakt door Wim Riemens.

Het zijn jaren dat hij weinig in zijn dagboek noteert. Deel VIII bestrijkt dan ook in vergelijking met de uitgave van de andere delen de meeste tijd: van 1963 tot en met 1970.

In 1965 en 1966 lijkt Warren alle moed verloren te hebben. Hij stelt een dunne bloemlezing uit zijn poëzie samen, Een roos van Jericho. Als hij de bundel in handen krijgt, noteert Warren op 25 maart 1966 in zijn dagboek:

Dit is dan het afscheid, het is niet veel geworden.

In hetzelfde jaar ontmoet Warren Judith Herzberg. Hij vertelt haar over zijn impasse en krijgt van haar het bijzondere advies over zijn grote liefhebberij de duiven te schrijven. Een advies dat Warren in zijn dagboek ter harte neemt. In 1964 al was hij voorzitter geworden van de vinkduivenclub.

Aan Warrens stille en weinig productieve jaren komt eind jaren zestig een einde. Op de valreep van 1968 nodigt Bert Bakker hem uit nieuwe gedichten bij hem te publiceren. Dit wordt Tussen hybris en vergaan, een bundel die Bakker ‘een sieraad’ voor zijn fonds noemt. Langzaam aan breekt Warren uit de impasse. Hij ziet af van het voorzitterschap van de vinkduivenclub en richt zich meer op de literatuur. Zeker als hij in de zomer van 1969 Gerrit Komrij ontmoet. Het begin van een jarenlange vriendschap die hem ook op creatief gebied zal beïnvloeden.

Een jeugdige Gerrit Komrij (rechts) met zijn vriend Charles Hofman

Een nieuw begin
Op 1 februari 1970 schrijft Warren een opdracht in Gerrit Komrij’s exemplaar van Tussen hybris en vergaan, waarin hij zich afvraagt: Gaat er iets beginnen in dit leven?

Herfst 1976, Warren in de tuin

En jawel, na de stille jaren zestig, zijn de jaren zeventig te beschouwen als een bloeiperiode in leven en werk van Warren. Het is misschien verleidelijk om dit toe te schrijven aan de definitieve scheiding van Mabel, in 1975, maar de opleving begint al jaren daarvoor. Een belangrijke rol daarbij speelt wellicht Warrens vriendschap met Komrij en Hofman, die hem kennis laten maken met het literaire leven, en het nachtleven, van Amsterdam. Ook met Mensje van Keulen ontwikkelt zich een intensieve vriendschap.

Met Mensje van Keulen, 1977

Tussen hybris en vergaan (1969) is de eerste in een stroom van dichtbundels. In hoog tempo volgen Schetsen uit het Hongaarse volksleven (1971), De Olympos (1973), Herakles op de tweesprong (1974), Betreffende vogels (1974), ’t Zelve Anders (1975) en Winter in Pompei (1975). In 1975 publiceert Warren onder het pseudoniem Engel Piccardt ook nog de bibliofiele bundel Sperma en tranen. In 1976 volgt de succesvolle bundel Zeggen wat nooit iemand zei, waarin Warren voor het eerst ook vertalingen van Kavafis publiceert. De bundel beleeft aan het eind van de jaren ’70 drie drukken.

De inspiratie voor een groot deel van de gedichten die Warren in deze jaren schrijft, wordt geleverd door de liefde. En dan met name door twee grote liefdes: Theo Willemsen en Giovanni Nurchi. Theo Willemsen, die Warren voor het eerst ontmoet op 1 december 1974, schrijft ook zelf gedichten. Onder het pseudoniem Hermes Jöppe publiceert hij in Maatstaf. Warren heeft het, volgens zijn dagboek, “flink te pakken” van Willemsen, maar tot een relatie komt het niet. Wel tot gedichten; het gedicht Een Datum draait bijvoorbeeld om de geboortedatum van Willemsen. Bovendien is het door de boekenplank van Willemsen dat Warren opnieuw belangstelling voor Kavafis krijgt en deze nu ook gaat vertalen.

Al eerder, op 15 juli 1972, had Warren voor het eerst Gianni Nurchi ontmoet, die een amoreus avontuur had met één van Mabels leerlingen. Warren is op slag hevig verliefd, wat leidt tot een groot aantal gedichten. Gianni beantwoordt Warrens liefde pas jaren later, wanneer hij – na Mabels vertrek in ’75 – enige tijd bij Warren in huis woont. Ook een aantal gedichten van Gianni verschijnt, vertaald door Warren, in Maatstaf.

Van links naar rechts: Gianni Nurchi, Charles Hofman, Hans Warren en Gerrit Komrij

Warren is, vanaf 1969, succesvol vertaler van het werk van De Sade. Maar hij waagt zich in de jaren zeventig ook zelf aan het schrijven van proza. Aangemoedigd door Bert Bakker schrijft hij zijn proza-debuut, de novelle Steen der Hulp (1975). Een jaar later volgt Demetrios, dat voor het grootste deel is samengesteld uit oude proza- en dagboekfragmenten. Warren draagt het boek op aan Gianni, maar in de tweede, gewijzigde druk van 1986 is die opdracht verdwenen.

In de jaren zeventig heeft Warren ook over erkenning niet te klagen. In 1970 krijgt hij de Pierre Bayle-prijs voor zijn literaire kritiek. Ter gelegenheid daarvan wordt een aantal kritieken gebundeld. In 1971 volgt de prestigieuze Zeeuwse prijs voor kunsten en wetenschappen. Er wordt dan in Goes een Warren-tentoonstelling georganiseerd. In 1977 wordt Warren bovendien benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.

De PZC over de toekenning van de Zeeuwse Prijs aan Warren

In de lente van 1978 noteert Warren in zijn dagboek dat hij los begint te raken van Gianni. Op 15 juli van dat jaar blikt hij terug op de zes jaar met – en zonder – Gianni, en schrijft het gedicht 15 juli 1972-15 juli 1978. Twee weken later ontmoet hij voor het eerst Mario Molegraaf.

Bibliografie Warren Teletekst

NOS-TT 420 wo 16 okt
1/8

LITTERAIR

Tussen het hemelse en het aardse
‘Het nee van een leven
het ja van een leven –
ze vechten.

Nee schreeuwt,ja stamelt.
Nee zucht,ja zwijgt.

Stilte.’

‘Eindstrijd’,opgenomen in Een stip op
de wereldkaart uit 2001,is een van de
laatste gedichten van Hans Warren. Het
is nu ook te lezen in het vorige week
bij Bert Bakker verschenen Verzamelde
gedichten, dat werd bezorgd door zijn
levenspartner Mario Molegraaf.

NOS-TT 420 wo 16 okt
l i T T e r a i r 2/8

Hans Warren werd op 20 oktober 1921 in
het Zeeuwse Borssele geboren.Hij was de
zoon van een waterbouwkundig ingenieur,
die zich had gevestigd in een eenzaam
huis op de dijk bij de Westerschelde.
Hij had er geen ander gezelschap dan de
vogels en de schapen.

Een ‘hele rare,verwrongen jeugd’ noemde
hij later zijn jongensjaren.Pas op zijn
zevende kwam hij in contact met andere
kinderen van het dorp.Dat ging meteen
‘denderend mis’ en kwam niet meer goed.

Zijn eenzame jaren op de dijk leidden
wel tot een levenslange liefde voor en
kennis van de natuur.Hij schreef onder
meer veel over vogels en zijn eerste
dagboek was een ‘natuurdagboek’.

NOS-TT 420 wo 16 okt
l i T T e r a i r 3/8

In de oorlogsjaren woonde Hans Warren
bij zijn ouders.Hun sympathie voor de
bezetter (zie Geheim Dagboek 1), maakte
hem nog meer tot een buitenstaander.Het
zadelde hem op met een ‘diep trauma’.

Na de oorlog werd hij ambtenaar bij de
Burgerlijke Stand in Borssele.In 1946
publiceerde hij z’n eerste dichtbundel,
Pastorale, waarin hij een jeugdliefde
bezong.In de bundel ’t Zelve anders uit
1975 nam hij 27 gedichten uit de eerste
bundel weer op,met als pendant telkens
een gedicht uit de periode 1972-1974.

Zodoende wordt z’n evolutie als dichter
geillustreerd.Traditionele poezie maakt
plaats voor geserreerder formuleringen,
waarin weemoed en ironie doorklinken.

NOS-TT 420 wo 16 okt
l i T T e r a i r 4/8

Wie het advies opvolgt dat Tom Lanoye
gaf in zijn essay ‘Wat doe je met me,
tijd?’ in Woorden met Vleugels / Tekst
en uitleg, moet de Verzamelde gedichten
van Hans Warren lezen in chronologisch
omgekeerde volgorde.

De sterke stem,de trefzekere toon,het
lyrische gemak van zijn latere bundels,
‘dat begint allemaal wat te haperen en
te knarsen…Hans Warren,de Glaukos van
Goes,de Kolossos van Kloetinge,verliest
zijn greep.Hoe jonger hij wordt,hoe
strammer en stroever hij door het leven
gaat.’

‘Natuurlijk blijft het peil van wat hij
schrijft hoog – de eik verdort niet na
EEN droge zomer.’

NOS-TT 420 wo 16 okt
l i T T e r a i r 5/8

Vanaf 1952 verbleef Hans Warren enkele
jaren in Frankrijk,waar hij zich onder
meer verdiepte in persoon en leven van
Alain-Fournier.Diens werk was van grote
invloed op zijn eigen boeken,onder meer
op Demetrios (1976),een van z’n weinige
prozaboeken (op de dagboeken na).

In qua stijl en thematiek uiteenlopende
fragmenten (herinneringen,dromen,ideeen
en beschouwingen over Alain-Fournier)
ondernam hij een speurtocht naar zijn
eigen identiteit.Zijn homoseksualiteit,
waarvan hij zich op z’n twaalfde bewust
werd,speelde daarbij een centrale rol.

In 1957 keerde hij naar Zeeland terug.
Sindsdien heeft hij er altijd gewoond,
tot hij eind 2001 in Goes overleed.

NOS-TT 420 wo 16 okt
l i T T e r a i r 6/8

In 1972 werden de gedichten van Hans
Warren een eerste keer samengebracht in
een verzamelband: Verzamelde gedichten
1941-1971. In 1981 werd die uitgebreid
tot Verzamelde gedichten 1941-1981.

‘Een lichte rottenis,een aangeslagen
geur van tijdelijkheid doordringt zijn
regels.’ Zo schreef Gerrit Komrij in de
inleiding op Dit is werkelijk voor jou
geschreven (1982),een bloemlezing die
Warren zelf uit z’n poezie samenstelde.

Behalve zijn eigen poezie die ‘subtiel
laveert tussen bevlogenheid en ironie,
het hemelse en het aardse,de engel en
de lapjeskat’,aldus Komrij,publiceerde
hij ook poezie van anderen:in vertaling
(Kavafis),bloemlezingen en dagkalenders

NOS-TT 420 wo 16 okt
l i T T e r a i r 7/8

Bijna z’n hele leven wonend in Zeeland,
bleef Hans Warren sterk verbonden met
de natuur en de seizoenen.Op pagina 421
een selectie van vier ‘herfstgedichten’
uit Verzamelde gedichten.

Naast dichter was Warren ook criticus
(meer dan 40 jaar schreef hij elke week
recensies voor de PZC, die hij zag als
‘een gedachtewisseling met de auteur’)
en kenner en schrijver van dagboeken.

Ter gelegenheid van zijn 60e verjaardag
verscheen in 1981 het eerste deel van
zijn Geheim dagboek. In de beschrijving
van zijn eenzaamheid en kwetsbaarheid,
van z’n worsteling met verliefdheden en
zijn homoseksualiteit,legde hij zonder
terughoudendheid het eigen ik bloot.

NOS-TT 420 wo 16 okt
l i T T e r a i r 8/8

‘Ik kan zelf nauwelijks begrijpen
dat ik soms zo intens leef onder
fijnzinnige mensen en een ander
moment de grofste prikkels zoek.’

Deze notitie van Hans Warren in het 5de
deel van zijn Geheim dagboek, over de
jaren 1954-1955,geeft aardig de polen
weer waartussen zijn bestaan laveerde:
langs de ene kant stormachtige relaties
en langs de andere kant de interesse in
kunst en literatuur en de liefde voor
de natuur.

Zondag wordt ten huize van uitgeverij
Prometheus in Amsterdam Geheim dagboek
2001 gepresenteerd.Het eerste exemplaar
wordt er door Connie Palmen aangeboden
aan Mario Molegraaf.
Bron:Vereniging NBLC