Tagarchief: Hans Warren

Uit de nalatenschap van Hans Warren 85 ~ Marga Minco

Dit is de maand dat Marga Minco, een van de belangrijkste moderne auteurs, een groot jubileum viert. De schrijfster van Het bittere kruid kan toch genieten van het zoete leven, zoals ik zelf heb mogen ervaren. Bijvoorbeeld op 24 juni 1984. Marga Minco en haar man, de dichter Bert Voeten, meldden zich die dag kort na vijf uur bij ons thuis. Wat later kwamen Mai Spijkers en Bert Bakker, van de uitgeverij waar de boeken van zowel Hans Warren als Marga Minco verschenen. Daar zitten ze dan, keurig in het pak, op de divan van het huis aan het Pijkeswegje. Van links naar rechts Mai Spijkers, ikzelf hurkend voor een weelde aan pauwenveren, Hans Warren, Marga Minco en Bert Bakker. De maker van de foto, Bert Voeten, ontbreekt. Er volgde een bezichtiging van onze tuin, die zag er aldus Hans Warren in zijn dagboek ‘indrukwekkend uit met al het geboomte en de grasvelden, bijna een park. Wild, onverzorgd, aangenaam’. Weer was er een fotomoment. Daarna de maaltijd, zoals heel vaak bij ‘Inter Scaldes’ in Kruiningen. De borden zijn nét leeg op de in het restaurant gemaakte foto. De contacten tussen de 2e Oosterparkstraat en Pijkeswegje 1 bleven, een enkele ontmoeting, boeken met opdracht, correspondentie. In de brief van 19 februari 1993 komen ze allemaal nog een keer samen. De briefschrijfster Marga Minco, de kort voordien overleden Bert Voeten, Hans Warren en ik, Bert Bakker die van het uitgeverstoneel verdween en Mai Spijkers (in wie ze haar vertrouwen uitspreekt). Marga Minco, overlevende en overlever, op 31 maart 2020 honderd jaar.

MARIO MOLEGRAAF

In Drachten

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer restaurant Koriander te Drachten.

Uit het dagboek van Hans Warren:
20 nov. [2000] – 10.35 – Gisteren hebben we 780 kilometer gereden. (…) M. wilde eten in Koreander [sic] in Drachten. In lang niet zo’n frisse, verse en verrassende maaltijd gehad. Het was nog billijk ook. We kregen mogelijk de lekkerste fazant ooit, zeker de lekkerste bloedrode jonge houtduif. (…)

Oudemirdum

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer: Oudemirdumer klif.

In het tijdschrift In weer en wind publiceerde de jonge Warren (die zich hier nog Joh. A.M. Warren noemde) een reiskroniek. Deze aantekeningen uit zijn natuurdagboek stammen uit 1942 en werden in 1946 gepubliceerd. In zijn Geheim Dagboek noteerde hij over dit uitstapje: “27 juli – 12 u – Zaterdagavond thuisgekomen van een elfdaagse zwerftocht naar de noordelijke provincies. Ik voel me apathisch, opgejaagd, kom nergens toe.” (GD 1942 – 1944, p. 33).

21 juli [1942]. (…) Over Sondel en Nije Mirdum reden we naar Oude Mirdum, waar we plotseling in een heel ander landschap arriveerden: de lage weiden hadden plaats gemaakt voor heuvelig, zandig terrein, het golvende land van Gaasterland, met zijn roggeakkers, eiken en grasklokjes. Natuurlijk bezochten we de Oude Mirdummerklif, een steile rosgele zandkant, vol aardige zwerfstenen aan de voet, waarvoor zich velden met kruis- en zeedistel en gedoornd stalkruid uitstrekten, de zeedistels het meest naar de waterkant toe. Daarop volgde een moerassige strook, vervolgens een paalschoeiïng en daarachter het IJsselmeer met zeilschepen en heel ver weg, als je boven op de hoogte stond, de kust van het uitstekende gedeelte van Noord-Holland flauw zichtbaar.We bekeken geïnteresseerd de prachtige glanzende zwerfstenensoorten, de bonte bloemenpracht en vermeerderden onze zeer geringe kennis van de Friese taal door conversatie met een heel gezelschap vrolijke Friezinnetjes, die een uitstapje van Leeuwarden naar de klif hadden gemaakt.Er waren weinig vogels, slechts wat grote sterns visten boven het water, hun krachtige roep “tierra, tierrie” weerklonk telkens. (…)

Jan Engelman

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer: Jan Engelman.

Johannes (“Jan”) Aloysius Antonius Engelman (Utrecht, 7 juni 1900 – Amsterdam, 20 maart 1972) was dichter, criticus en vertaler. Engelman werd op 23 maart bijgezet op de R.K. begraafplaats aan de Amstelveenseweg in Buitenveldert in het graf van partner Joanna Diepenbrock (10 augustus 1905 – 7 juni (!) 1966) en haar ouders, componist Dr. Alphons Diepenbrock (1862 – 1921) en jonkvrouw Wilhelmina Elisabeth Petronella Cornelia Diepenbrock de Jong van Beek en Donk (1860 – 1939).

Cf. Hans Heesen, Harry Jansen en Ed Schilders (1997), Waar ligt Poot? Over de dood en de laatste rustplaats van Nederlandse en Vlaamse schrijvers. De Prom, Baarn en Wikipedia.

Geheim Dagboek 11 sep. [1945] – In een bezopen bui aan Engelman gedichten ingezonden voor De Harp maar… met zo’n insolente en aanstellerige brief er bij dat ik me nu werkelijk dóodschaam; helaas heb ik alles gepost, er is geen redden meer aan. Ik kan enkel vurig hopen dat Engelman zo’n weerzin voelt dat hij het geheel, brief en verzen, in het vuur smijt en alles snel vergeet.

31 jan. [1956] – 20 uur. – Of Jan Engelman als dichter bekend zal blijven betwijfel ik. Daarvoor is het grootste deel van zijn werk te zwak, te gekunsteld, opgeschroefd. Maar als curiositeit zal het gedicht Vera Janacopoulos waarschijnlijk de tijd trotseren. Vera Janacopoulos, geen Griekse maar een Braziliaanse zangeres, is gestorven. Ik vraag me af hoe Engelman tot zijn cantilene kwam. Hoorde hij haar zingen, bezocht hij een van haar optredens?

Uit de nalatenschap van Hans Warren 72 ~ over Boudewijn Büch

Zeventig zou hij zijn geworden, op 14 december jongstleden, Boudewijn Büch. Wie heeft er op die dag aan hem gedacht? Ik wel, en ik denk bijna iedere dag nog even aan hem. Laatst liep ik door Dordrecht en ineens hoorde ik een stem: ‘Mario! Mario!’ Een man op een racefiets, na al die jaren niets veranderd, Klaas Koppe, fotograaf, een tijdlang zonder meer dé fotograaf van literair Nederland. En een misschien wat stille, maar ongelooflijk trouwe vriend en metgezel van Boudewijn. Klaas was er ook altijd bij als Boudewijn langskwam op het Pijkeswegje. Hij zorgde voor veilig vervoer en voor een beetje wijze relativering. Even was het daar op die straat in Dordrecht of oude tijden herleefden, of BB en HW weer leefden. Op een van de foto’s, gemaakt door Menno Voskuil, ziet u mij in actie bij het graf van Boudewijn Büch. Ik leg een rode roos op zijn monumentje. Begraafplaats Westerveld, in Driehuis, niet ver van IJmuiden. Het was een heel gezoek naar graf nummer KL011000. Tot we een behulpzame medewerker aanspraken. Het nummer zei hem niets, maar de naam: ‘O, Boudewijn Büch. Boudewijn Büch! Ze komen hier allemaal voor Boudewijn Büch.’ Gelukkig toch niet vergeten.

MARIO MOLEGRAAF