Uit de nalatenschap van Hans Warren – deel 7

Momenteel werkt Mario Molegraaf aan de biografie van Hans Warren. Op zijn ontdekkingstocht door het leven van Warren stuit hij regelmatig op interessante vondsten. Op de eerste dag van elke maand deelt hij zo’n vondst met de bezoekers van onze website.



In het jongste nummer van De Parelduiker (in de betere boekhandel verkrijgbaar, of misschien heeft u wel een abonnement) vertel ik over de vriendschap van Hans Warren en Jac. P. Thijsse. Bij de eerste ontmoeting, eind oktober 1942, was Jac. P. Thijsse al 77, terwijl Hans Warren net zijn eenentwintigste verjaardag had gevierd. De drijfveer van Hans Warren was bewondering. Hij is geen nieuwe Jac. P. Thijsse geworden, al hebben sommigen daar wel op gehoopt. Maar de bewondering is altijd gebleven. Bewondering voor wat Thijsse schreef en deed, bewondering voor wie hij was en wat hij belichaamde, bovenal bewondering voor zijn ongelooflijke optimisme en verbazende vertrouwen in de mensheid. Hans Warren had dat niet bepaald, dat optimisme en dat vertrouwen in de mensheid, bedoel ik. Maar wanneer hij Thijsse ging lezen, diens boeken of de brieven die hij aan Hans Warren stuurde, wilde hij tegen beter weten in wél even geloven in de goede afloop, in het goede in de mens. Om zijn idool te gedenken liet hij in 1947 het dichtwerk In memoriam dr. Jac. P. Thijsse verschijnen. Het was niet de eerste keer dat hij in poëzie naar Thijsse verwees. In de cahiers waarin hij zijn geheim dagboek bijhield, schreef hij aanvankelijk ook zijn gedichten over. Tientallen gedichten, honderden gedichten. Op bladzijde 152 van het eerste cahier staat een gedicht ‘Dr. Jac. P. Thijsse’, samen met liefst vijf andere gedichten geschreven op 6 mei 1943. Het behoort niet bepaald tot zijn beste verzen, er ontstonden vermoedelijk té veel gedichten per dag, en de bewondering was misschien té groot. Sinds 1941 publiceerde Hans Warren over de natuur, al snel ook in het blad De Levende Natuur waarvan Thijsse hoofdredacteur was. Door die bijdragen was hun omgang niet eenzijdig. Jac. P. Thijsse reageerde en stimuleerde, liet weten wat hij ervan vond, gaf uitgebreide adviezen. Hans Warren werkte in het begin van zijn loopbaan in een enorm isolement. Maar uitgerekend in de man die hij zo bewonderde, vond hij zijn eerste echte lezer, zoals het hoort kritisch en nieuwsgierig tegelijk.

Mario Molegraaf