Jaarlijks archief: 2022

Hans Warren in hét Pride-boek van deze zomer (PZC)

Augustus verovert Zeeland! Vorige week verscheen tegelijkertijd in de PZC, BN de Stem en Algemeen Dagblad (regio Zeeland) het interview dat Rolf Bosboom met mij had over mijn boek Augustus. De kop: Op zoek naar Hans Warren in hét Pride-boek van deze zomer. Een mooi gesprek over de rol van dagboekschrijver en dichter Hans Warren in mijn roman. Je kunt het interview hier lezen (premium). Leuk detail: één van de foto’s is gemaakt in boekhandel De Koperen Tuin in Goes, ik zit achter de typemachine van schrijver Jan Vantoortelboom (zijn boeken liggen ook op het bureau). De foto van de krantenpagina is gemaakt door mijn Zeeuwse schoonmoeder. 😉

Zwaakse Weel

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze maand: de Zwaakse Weel.

Citaat uit: Hans Warren, 1950, Een visarend op bezoek, met illustraties van de schrijver; in: De Wandelaar, jrg 18, no 4, p. 78-80.
Midden in Zuid-Beveland, nabij het dorpje Kwadendamme, ligt een prachtige waterpartij; een weel, zoals men in Zeeland zegt. Het is een overblijfsel van een zeer oude kreekarm, die in vroeger jaren twee van de eilandjes, waaruit Zuid-Beveland bestond, van elkander scheidde.
Deze kreek is niet alleen uit landschappelijk oogpunt een der belangrijkste welen, ook de vogelliefhebber kan er vaak zeer mooie waarnemingen doen. Zo huist er sommige jaren in de laatste dagen van April een Visarend, die, op de doortrek, even pleistert in de rustige omgeving van het visrijke water.
Levendig staat mij nog voor de geest, hoe ik voor de eerste maal met deze grote roofvogel kennis maakte. Het was 1940, juist een paar dagen voor de oorlog uitbrak. Ik was nog op school. Een oudere vriend van me, uit Goes, had ’s morgens op een fietstocht aan de Zwaakse Weel een Visarend waargenomen en aangezien ik een vrije Woensdagmiddag had, besloten we samen nogmaals op deze zeldzame gast af te gaan.
Het was het heerlijkst denkbare voorjaarsweer; bloesems en vogelzang waren allerwegen. Toen we de weel naderden, speurden we eerst de hoge boomtoppen van de omgeving af, maar vergeefs. Over lage, vochtige veldjes, wit van verbleekte pinksterbloemen riepen vele Koekoeken tegelijk; Mezen, Grasmussen en Boompiepers zongen overal, en vlak bij ons schoot een Boomkruipertje ruksgewijs langs een stam omhoog. Telkens klonk zijn fraaie korte draailiedje.
Zodra we aan het water kwamen, kregen we de arend in het oog. Hij zat boven op een van de gekapte knotwilgen. Zijn bronskleurige vleugels glansden in de zon en hij bewoog zijn witte kop argwanend heen en weer. (…)

15 mei [1941, natuurdagboek] – In de Zwaakse Weel zongen kleine èn grote karekieten. De grote kon ik tot op enkele meters benaderen. Van vlakbij klonk de harde krasserige, maar toch wel aangename en opgewekte zang. De vogel zelf is niet erg mooi, vooral niet als hij bij het zingen de kruinveren als een borsteltje overeind zet, het vormt net geen kuif.

Geheim Dagboek 27 sep. [1953] – Zondagnamiddag. (…) Gister een afscheidsbezoek aan de Zwaakse Weel gebracht. Stilte, warmte, geuren; waterhoentjes en ijsvogels rumoerend in het riet, gaaien in de eiken, karpers klakkend en springend op het watervlak, zoete bramen. Wat een mooi land.

31 juli [1977] – (…) We bezochten Nisse en de dijken daar met de wollige distel en allerlei andere zeer zeldzame planten. De Zwaakse Weel. Natuurschoon en heerlijk weer, we genoten. (…)

20 april [1983] – 20.15 – Na de lunch hebben we een ritje door Zuid-Beveland gemaakt, naar Nisse en naar Ellewoutsdijk. Daar wordt de inlage verknoeid vanwege een dijkverhoging, er waren slechts twintig kluten. Ook bij de Zwaakse Weel en de Biezelingse Ham was er veel gekapt. Hele dijken, vroeger boomlanen, lagen er kaal bij. (…)

27 juni [1983] – (…) We zagen bij de Zwaakse Weel ook de witte varieteit van valeriaan, naast de gewone soort. (…)


Oostvoorne

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer Restaurant Parkzicht, Stationsweg 2, Oostvoorne (thans: “Eetcafé Centraal/Bed & Breakfast Oostvoorne”).

uit Geheim Dagboek:

2 maart [1995] – 15.40 – Gistermiddag zijn we om één uur naar Rotterdam vertrokken, tegen elven waren we thuis. Voor Lekker hebben we in Parkzicht in Oost-Voorne gegeten. Simpel, maar heel lekker. Zo’n amuse, eenvoudiger kan haast niet, een mousse van makreel met een komkommersausje, maar het was verrukkelijk. (…)

13 april [1996] – 10 uur – (…) We besloten te gaan eten in Parkzicht in Oost-Voorne. Ik heb voor een keer M.’s tactiek gevolgd en alles enorm geprezen, hoewel ik het matig vond. (…)

14 maart [2001] – 87 kg. – 13.10 (…) We waren al jaren niet in ‘Parkzicht’ geweest, maar hadden er goede herinneringen aan. Des te groter was de teleurstelling. Een bijzonder aardige ober, een aangename temperatuur, en dan had je het gehad. Vrijwel alles was onvoorstelbaar slecht, M. vond dat gelukkig ook, maar mijn gebakken kalfslever sloeg alles. (…) Alleen M.’s dessert en de koffie verkeerd met friandises konden ermee door. (…)

Uit de nalatenschap van Hans Warren 114 ~ Aspergetang

Wat is het wreedste aan de dood? Dat er geen respijt is. Dat elke mogelijkheid is afgesneden om te informeren: hoe zat het ook alweer? Alle dagen komt er wel een alledaagse vraag bij me op. Even, heel even, tot het besef daagt dat er nooit meer een antwoord van Hans komt. Hij kan in zekere zin verbazend veel terugzeggen, hij liet tenslotte duizenden bladzijden dagboek na. Maar daarin zit geen register voor laten we zeggen aspergetang, oliebollenschaal, zilveren messen. De aspergetang, Hans en ik hanteerden hem ieder jaar in het seizoen van de geliefde groente. Het apparaat is in mijn huidige huis nog altijd in functie. Maar is het al dan niet de tang waarvan sprake is in het dagboek van mei 1968, volop aspergetijd, het door A. Bonebakker in 1912 vervaardigde exemplaar? De oliebollenschaal, dat was de huiselijke naam voor de kristallen bokaal met zilveren handvat. Ook nog niet met pensioen, ik haal hem elk jaar na kerst uit de kast om het geliefde oudejaarsbanket in te leggen. Was de schaal al in gebruik aan de Zeedijk in Borssele? En wat is het verhaal van de messen, zwaar zilver. Zeggen de zilvermerken iets? Ze zijn vervaagd, de taal ervan versta ik slecht, maar is dat onder het vergrootglas een ‘k’, de jaarletter van 1920? Aan het Pijkeswegje gebruikten we de messen vaak, ze zijn nu opgeborgen in een la, vooral uit poetsvrees. Zo word ik omringd door talloze dingen die me nog met Hans Warren verbinden. Maar de dood heeft het laatste woord. Of eigenlijk, en dat is het gemeenste, geen enkel, echt geen enkel woord.

MARIO MOLEGRAAF

Jo Landheer

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer: Jo Landheer.

Warren plaatste voor maandag 7 april 1986 voor het eerst (en voor het laatst) een gedicht van Jo Landheer in Meulenhoffs dagkalender Nederlandse poëzie. Ook is ze eenmaal vertegenwoordigd in de Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst (editie 2005).
Johanna Petronella Landheer (Rotterdam, 16 oktober 1900 – Apeldoorn, 7 oktober 1986), leerlinge van Boutens en vriendin van Slauerhoff en Van Vriesland, leidde een teruggetrokken leven. Het graf, met op de steen het eerste couplet van het gedicht ‘Herinneringen’, bevindt zich in Loenen, Gld.

cf. Gert Selles (2005), Ik wilde alleen de stilte toebehooren. Leven en werken van Jo Landheer (1900 – 1986), Flanor, Nijmegen.