Fries Museum

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer: de voormalige gebouwen van het Fries Museum, destijds gevestigd in twee tegenover elkaar liggende rijksmonumenten aan de Turfmarkt (Kanselarij) en Koningsstraat (Eysingahuis) te Leeuwarden (Het museum is in 2013 verhuisd naar nieuwbouw aan het Wilhelminaplein).

Uit Geheim Dagboek:

19 juni [1991] – 13.15 – (…) Gisteren zijn we naar Friesland geweest. We vertrokken omstreeks kwart over zes ’s morgens en waren exact te middernacht terug. (…)

We gingen eerst naar het Fries Museum, waar de aardige tentoonstelling Beestenspul was te zien. Beeldjes van Romeinse goden omringd door de dieren die bij hen horen, vaak in deze contreien gevonden. Het was een eerbetoon aan mevrouw A.N. Zadoks-Josephus Jitta ter gelegenheid van haar 80ste verjaardag. Ook verder bleek de archeologische afdeling interessant, veel vondsten uit terpen. Zalen met Fries zilver. Een paar boeiende schilderijen, zoals Saskia van Rembrandt uit 1633, het prachtige zelfportret van Wybrand de Geest. (…)

5 aug. [1998] – 16 u. – Ons eerste doel gisteren was het Fries Museum in Leeuwarden, het was helemaal verbouwd sinds we het jaren geleden bezochten. De Mata Harizaal, een van de onderdelen waarvoor we waren gekomen, stelde teleur. (…) We bekeken ook de andere afdelingen van het museum. De interessante archeologie (met onder andere de Romeinse bronsjes uit de terpen), de stijlkamers uit Hindelopen (lelijker en benauwenders interieurs zijn niet denkbaar), de schilderijen. (…)

Vlissingen

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer: Vlissingen, middernacht.

Screenshot

Uit: Eiland in de stroom (1951), Walcherse verzen.

VLISSINGEN, MIDDERNACHT 

In de gewassen nacht

de grootse flonkerkronen der zeesteden –

prikkelend briljanten salamander

glijdt de ferry nader

over een koningsblauw tapijt van golfgeruis.

Zeevogels fluiten

wolken en regen los

het wier deint zuigend

langs de schoeiing.

Als knappende schelpen fris

carilloneert met uurbellen twaalf

de toren, zilt.

Biggekerke

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer: Antoinette Hendrika Nijhoff – Wind (9 juni 1897 – 22 mei 1971), begraven op de Algemene Begraafplaats, Zoutelandseweg 20, Biggekerke.

Uit Geheim Dagboek: 

30 juli [1979] – 17 uur – (…) We bezochten eerst het begraafplaatsje in Biggekerke omdat ik graag het monument wilde zien dat Marlow Moss voor A.H. Nijhoff maakte. Dat viel me tegen. Die lemniscaat is te nietig en te laag neergezet, het lijkt haast of iemand een reepje wit plastic achtergelaten heeft in een vormeloos hoopje. Het marmer is al aangetast door het weer, ik probeerde het schoon te maken met een vegertje, maar de vlekken waren ingevreten. Ik had iets indrukwekkends verwacht, het bleek een zielig gevalletje. (…)

Uit de nalatenschap van Hans Warren 145 ~ Van Schagen

Precies honderd jaar geleden verscheen Narrenwijsheid van J.C. van Schagen (1891-1985), de andere Zeeuwse dichter. Het is een van de bijzonderste werken uit de moderne Nederlandse poëzie, indertijd alom aangemerkt als een mijlpaal. Maar van een feeststemming rond het eeuwfeest bespeur ik weinig, vermoedelijk omdat het na 1925 met Van Schagen alleen maar bergafwaarts ging. Hij, opgeleid als jurist en een door de wol geverfd ambtenaar, wist heel slim, altijd zijn weinig verheffende gedrag in de bezettingsjaren verborgen te houden. De Eereraad voor de Letterkunde veroordeelde hem wel, maar dan zonder publicatie van het vonnis. Zo kon hij in 1961 de Zeeuwse Prijs voor Kunsten en Wetenschappen binnenhalen. Maar uitgevers zagen doorgaans geen heil meer in zijn werk en hij moest zijn dreutels en dingetjes in eigen beheer gaan publiceren. Een enkele keer tot vreugde van Hans Warren die op 10 april 1965 een enthousiaste Letterkundige Kroniek wijdde aan nummer 5 van de ‘Domburgse Cahiers’, een boekje waarin Van Schagen vertelt over zijn Walcherse voorgeslacht. Hans Warren kreeg meteen opgetogen post uit Domburg vanwege deze ‘hartverwarmende bespreking’. Van Schagen stuurde ook een aardige brief toen bekend werd dat tien jaar na hem Hans Warren met de Zeeuwse Prijs zou worden onderscheiden. Zo is er, al vanaf 1954, meer correspondentie. Maar vrienden werden de twee Zeeuwse auteurs nooit. Wel nam Hans Warren tegen wil en dank zitting in een ‘Comité Van Schagen’, opgericht om de publicatie mogelijk te maken van drie boeken onder de noemer ‘Archief Van Schagen’. De titel van deel één, verschenen in 1986, zegt eigenlijk alles over Van Schagen. In Narrenwijsheid liep hij er al een beetje op vooruit met regels als ‘Daarom geef ik geen namen/ Ik ga maar en ben’. Nu staat er, niet meer bescheiden, maar pijnlijk parmantig, op het titelblad: Ik doe niet meer mee.

MARIO MOLEGRAAF

Langs het Pykeswegje

Door Alex Reuneker

Onlangs fietste ik van Schiedam naar Kapelle, Zeeland om een (oud-)collega en sportvriendin te bezoeken. Van tevoren zag ik op de kaart dat ik praktisch langs het Pykeswegje 1 in Goes zou komen — het huis waar Hans Warren vanaf 1957 woonde. Uiteraard was dat een ommetje waard, al voerde dat ommetje me over een vrij desolaat industrieterrein.

In de vroege ochtend reed ik van Zuid-Holland over het Haringvliet en het Grevelingenmeer Zeeland binnen, de weg vervolgend langs Zierikzee en over de Zeelandbrug naar Zuid-Beveland. Na zo’n 90 vroege kilometers klikte ik onder een strakblauwe hemel en bij de voormalige woonboerderij van Hans Warren uit mijn pedalen. Het pand aan Pykeswegje 1 is tegenwoordig een woonhuis met bed & breakfast. Ik vermoed dat de omgeving in schril contrast staat met de omgeving van het huis toen Warren het bewoonde; tegenover het Pykeswegje ligt nu een nieuwbouwwijk.

Hoewel ik mezelf zeker geen Warren-kenner zou durven noemen, verre van zelfs, houd ik wel van poëzie en ben ik via mijn vroegere docent en copromotor, inmiddels collega en vriend, met Warrens gedichten in aanraking gekomen. Voor deze gelegenheid had ik daarom een mooi gedicht uit Eiland in de stroom (1951) in mijn wielershirt gestoken, dat ik, zo hoopte ik, in alle rust op een mooi plekje kon lezen. Uiteraard vroeg ik eerst aan de huidige bewoners of ik eventjes op hun erf mocht rondkijken, waarna ik plaatsnam op een oude zinken prullenbank die, niet meer voor afval, maar nu ter decoratie voor het huis stond. Ik las er het volgende gedicht.

Verval
Hier was het. Rust is weergekeerd.
Mijn drift die al tot weemoed wordt
heeft, hoop ik, je niet meer bezeerd.
De bloemen zijn al lang verdord,
je beeld is als een kiek vergeeld,
je naam stierf in ‘t bladergeruis.
Hier hebben we ons geluk verspeeld,
kijk: mos woekert al over ‘t huis.

Een gedicht dat wellicht niet helemaal bij het stralende weer paste, maar wel degelijk bij de bijzondere plek waar ik me bevond. Nu heb ik er een handje van om, áls ik met muziek in de oren op de racefiets stap, niet bepaald rustige achtergrondmuziek te kiezen. Het was dus even schakelen, daar op die rustige plek vol Zeeuwse dichtershistorie, maar Warrens woorden brachten me in een rustige gemoedstoestand, al is ‘berusting’ wellicht een passender woord. Ik bleef nog wat zitten om tekst en omgeving op me in te laten werken. Daarna reed ik, inmiddels zonder ronkende muziek, het Hans Warrenpad op. De serene bui die het gedicht me bezorgde, duurde niet slechts de laatste paar kilometer tot de eindbestemming voort, maar bleef de rest van de dag bij me.

De dag na de fietstocht droeg ik hetzelfde gedicht voor aan mijn studenten Nederlands in Leiden. Sinds een paar jaar begin ik elk college met een gedicht, waarbij ik altijd vermeld dat ze er, bij wijze van ‘dagopening’, even naar mogen luisteren, maar er verder niets mee hoeven doen. Soms komt er een reactie, meestal niet. Ik hoop dat het gedicht ook de studenten, ook zonder die mooie tocht langs het Pykeswegje, geraakt heeft en dat ‘Verval’, al was het maar bij een enkeling, voor wat rust en berusting heeft gezorgd.