Schelphoek

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze maand: de Schelphoek nabij de voormalige haven te Borssele.

Maandag 28 augustus. [1939, natuurdagboek] – Vanmiddag toen we wilden gaan zwemmen in de Schelphoek, nèt voor we het water ingingen, zei Tannetje Meulenberg aarzelend: ‘Zeg?’ Niemand hoorde het, of iedereen deed of hij het niet hoorde. Ze vroeg nog eens: ‘Zeg?’ En toen nog niemand opkeek vroeg ik maar: ‘Ja?”Betje Rottier zegt dat het mobilisatie is. ’t Is “afgegeven” door de radio.’Er ontstond een hele opwinding. (…)


11 juni. [1941, natuurdagboek] – (…) Het is nu volop zomer. Gisteren is het kleedhok van de zwemvereniging aan de Schelphoek geplaatst en direct na thuiskomst ben ik met Izak gaan zwemmen. Het water was erg koud. Ik bleek nog vrij goed in vorm.
2 juli. [1941, natuurdagboek] – (…) ’s Avonds nog gezwommen in de Schelphoek. Een boerenvrouw in de Zeeuwse klederdracht, breiend aan de waterkant, met een druk spelend en pratend kind, in de absolute stilte, onder de parelmoerige, wazige atmosfeer. Een dwergstern plonsde telkens voor hen neer in het kalme vloedwater. Zó gewoon, en toch vervulde dat tafereel me met diep geluk. Het was zo mooi, ik keek als een buitenstaander, als iemand die lang afwezig is geweest en weer thuiskomt. Ik heb vaker zulke gevoelens, maar meestal kom ik er niet toe ze op te schrijven.


Geheim Dagboek 23 aug. [1943] – Jl. zaterdag, 21 aug. is Sibylle de hele dag bij ons geweest. (…) We zijn eerst gaan zwemmen in de Schelphoek, héél ver, naar een schip dat op stroom lag te wachten, maar door de sterke ebstroom konden we er niet bij komen. Op veertig meter er vandaan moesten we terugkeren. (…)


23 aug. [1947] – Ik kom nergens toe. Vanavond lag ik in de Schelphoek. Het water duister staalblauw, de zon nog warm, de droge landwind aangenaam. Ik had thuis gebaad, had nieuwe fijne kleren aan en was tevreden zo: niet zwemmen meer, enkel luisteren naar de stemmen van spelende kinderen, spieden naar een jongen die zich uitkleedde en in een te kort hemd stond: vaste, heel hoog aangetrokken billen. (…)

Uit de nalatenschap van Hans Warren 83 ~ Christie’s

Aan de hand van de pasjes die iemand bezit, zou je bijna zijn of haar leven kunnen beschrijven. Dit is, van voren en van achteren, een van de pasjes van Hans Warren. Klant bij Christie’s. Op heel de wereld kon je met deze ‘Client Identity Card’ terecht, maar hij gebruikte hem uitsluitend te Amsterdam. Een tijdlang had het beroemde veilinghuis een volwaardig filiaal in Oud-Zuid, Cornelis Schuytstraat 57. Op sommige gebieden, uitgerekend de gebieden die ons interesseerden, werden er veilingen van het hoogste niveau gehouden. Juni 1989 durfden we voor het eerst de drempel over. Volgens de dagboekschrijver meende M. ‘dat je op zo’n veiling voordeliger kunt kopen’. Die eerste keer waagden we ons nog niet de zaal in, we boden schriftelijk. We ‘wonnen’, zoals dat heet, drie stukken. Heel de administratie, deels in Hans Warrens handschrift, is er nog. We zouden vaak naar Christie’s terugkeren en er veel aanschaffen, al dan niet met het door mij veronderstelde voordeel. De laatste keer was in november 2001, kort voor Hans’ dood. Vanwege een andere verplichting waren we niet bij de veiling, maar de schriftelijke biedingen hadden weer resultaat. Zo kon de dansende dakini, catalogusnummer 85, worden afgehaald. Samen met een beeldje van Shiva. In het dagboek wordt de verwerving vermeld: ‘Voor een redelijke prijs nog wel, samen zo’n f6.500’. De nota, waarop de goede oude gulden al naar de marge is gedrukt, vertoont een nóg iets redelijker prijs. Klantnummer 50740 bij Christie’s. Ik herinner me mooie middagen op stijve stoeltjes, bieden, bieden, en als je het hoogste bood, was het werkelijk of je won.

MARIO MOLEGRAAF

In Drachten

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer restaurant Koriander te Drachten.

Uit het dagboek van Hans Warren:
20 nov. [2000] – 10.35 – Gisteren hebben we 780 kilometer gereden. (…) M. wilde eten in Koreander [sic] in Drachten. In lang niet zo’n frisse, verse en verrassende maaltijd gehad. Het was nog billijk ook. We kregen mogelijk de lekkerste fazant ooit, zeker de lekkerste bloedrode jonge houtduif. (…)

Uit de nalatenschap van Hans Warren 82 ~ Charles Hofman

De foto is van zaterdag 2 januari 1993. De plaats is Veere, het huis van uitgever Bert Bakker. Voor Gerrit Komrij was het de mooiste avond die hij in jaren had beleefd. Hij was ziek, maar vergenoegd steekt hij zijn zoveelste rokertje op en voor hem staat zijn zoveelste Grolsch. Rechts op de foto tussen Yteke Waterbolk en Hans Warren zit Charles Hofman, onlangs overleden en begraven naast Gerrit Komrij. Natuurlijk naast Gerrit Komrij, want naar het idee van al hun vrienden was Gerrit & Charles eigenlijk één woord. In die volgorde, dat wel, voor vrijwel iedereen stond Charles in Gerrits schaduw. Voor vertrouwelingen een stuk minder, Charles was altijd nadrukkelijk aanwezig, doorgaans gul en sprankelend, op mindere momenten bijna bruut. Charles Leopold Hofman, van begin af aan droeg Gerrit Jan Komrij zijn werk aan hem op. Hij had, behalve zijn schoonheid, allerlei gaven. Een bijzondere aanleg voor koken bijvoorbeeld, nauwelijks aan moeilijke eter Gerrit besteed. Maar ook voor kunst, hij maakte opmerkelijke glas-in-lood ramen en interessante grafiek. Soms sieren Hofmans prenten bibliofiele bundels van Komrij. Zie bijvoorbeeld dit speciale exemplaar van Het schip De Wanhoop uit 1979, nummer II, dat herinnert aan een maaltijd in het Amsterdamse restaurant ‘New Delhi’. Charles Hofman levert een portret van Gerrit Komrij. O ja, er was die vreselijke verwijdering tussen Gerrit en Hans, en daarmee tussen Charles en mij. Maar op een dag ga ik langs in Vila Pouca da Beira om bloemen te leggen op het graf van Gerrit & Charles, voor altijd één woord.

MARIO MOLEGRAAF

Oudemirdum

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer: Oudemirdumer klif.

In het tijdschrift In weer en wind publiceerde de jonge Warren (die zich hier nog Joh. A.M. Warren noemde) een reiskroniek. Deze aantekeningen uit zijn natuurdagboek stammen uit 1942 en werden in 1946 gepubliceerd. In zijn Geheim Dagboek noteerde hij over dit uitstapje: “27 juli – 12 u – Zaterdagavond thuisgekomen van een elfdaagse zwerftocht naar de noordelijke provincies. Ik voel me apathisch, opgejaagd, kom nergens toe.” (GD 1942 – 1944, p. 33).

21 juli [1942]. (…) Over Sondel en Nije Mirdum reden we naar Oude Mirdum, waar we plotseling in een heel ander landschap arriveerden: de lage weiden hadden plaats gemaakt voor heuvelig, zandig terrein, het golvende land van Gaasterland, met zijn roggeakkers, eiken en grasklokjes. Natuurlijk bezochten we de Oude Mirdummerklif, een steile rosgele zandkant, vol aardige zwerfstenen aan de voet, waarvoor zich velden met kruis- en zeedistel en gedoornd stalkruid uitstrekten, de zeedistels het meest naar de waterkant toe. Daarop volgde een moerassige strook, vervolgens een paalschoeiïng en daarachter het IJsselmeer met zeilschepen en heel ver weg, als je boven op de hoogte stond, de kust van het uitstekende gedeelte van Noord-Holland flauw zichtbaar.We bekeken geïnteresseerd de prachtige glanzende zwerfstenensoorten, de bonte bloemenpracht en vermeerderden onze zeer geringe kennis van de Friese taal door conversatie met een heel gezelschap vrolijke Friezinnetjes, die een uitstapje van Leeuwarden naar de klif hadden gemaakt.Er waren weinig vogels, slechts wat grote sterns visten boven het water, hun krachtige roep “tierra, tierrie” weerklonk telkens. (…)