Jaarlijks archief: 2020

Uit de nalatenschap van Hans Warren 91 ~ Julien Green

Arie Jan Gelderblom deed onlangs een bijzondere ontdekking in het dagboek van Julien Green (1900-1988): Hans Warren was hier, niet bij naam, maar toch onmiskenbaar. Hij vertelde erover op deze site. Het was zoiets als een moord oplossen zonder lijk – zo spannend kan literatuurhistorie zijn – want hij beschikte slechts over Greens aantekening van 4 februari 1947 en zijn speurdersinstinct. Niet over de brief uit Nederland waarnaar Green verwijst: ‘Ce matin, une lettre de Hollande’. In Hans Warrens gepubliceerde dagboek over deze periode is er volop aandacht voor Greens journaal, de 25-jarige dichter uit Borssele geniet van het boek, al vindt hij het teleurstellend ‘een decent-naakte Green’ te zien te krijgen. Van een brief aan Green is in het gedrukte dagboek geen sprake, maar op zondag 26 januari 1947 heeft Hans Warren die wel degelijk geschreven. Kijk maar in zijn zakagenda op die datum: ‘Ce soir écrit à Julien Green’. Nog meer bewijs biedt de kladversie. Green blijkt een zorgvuldig overschrijver: het lange citaat in diens dagboek stemt vrijwel letterlijk overeen met wat we in Hans Warrens opzet lezen. Green nam de aantekening op in zijn Journal 1946-1950, voor het eerst verschenen in 1951. Die vaart zegt veel over de veilige aard van Julien Greens dagboek. Zoals het ook veel zegt dat Hans Warren het boek waarin hij opduikt als ‘un jeune inconnu’ is ontgaan: hij verloor zijn interesse voor de ‘decent-naakte’ dagboekschrijver weer snel. Wie weet is Arie Jan Gelderbloms fraaie vondst aanleiding nog eens een selectie uit de dagboeken van Julien Green in het Nederlands uit te brengen. Maar dan zorgvuldig gekozen en behoorlijk vertaald – want Greetje van den Bergh, die de ‘Nederlandse’ aantekening van 4 februari 1947 negeerde en denkt dat je ‘gant’ (handschoen) met jas moet vertalen, verdient geen complimenten voor haar uitgave uit 1981. Hans Warrens beheersing van het Frans was, zie zijn brief, jaloersmakend goed. Hij hoopte op antwoord. ‘Quelques mots à un jeune homme,’ schrijft hij aan het slot. Die reactie kwam niet, of op deze indirecte manier toch eigenlijk wel.

MARIO MOLEGRAAF

Uit de nalatenschap van Hans Warren 90 ~ Isabelle Rivière

Isabelle Rivière (1889-1971) lijkt een soort schrijversweduwe in het kwadraat. Ze was de zus van de wereldberoemde schrijver Alain-Fournier en de echtgenote van de in Frankrijk bekende letterkundige Jacques Rivière, overleden in 1925. Najaar 1950 ging Hans Warren – geïnteresseerd in alles wat te maken had met Alain-Fournier, dus zeker in de vrouw aan wie Le Grand Meaulnes was opgedragen – bij haar logeren in Dourgne, een dorp in het Zuid-Franse departement Tarn. Hij onderhield al een jaar of vijf per post contact met haar, hij ontving vrome wensen van haar voor de feestdagen, boeken met opdracht, steevast met ‘pax’ en een kruisje erbij. Er valt van alles over Isabelle Rivière te zeggen, maar ze was een schrijfster van betekenis, onder meer vanwege Le Bouquet de Roses Rouges, een voor het eerst in 1935 verschenen boek. Volgens een bespreking in de Boekenschouw van de ‘geautoriseerde’, maar anonieme Nederlandse vertaling ging het om ‘de liefde- en levensroman van Jacques Rivière en van de schrijfster zelf’. Zonder moeite kun je Agathe, haar broer Sylvain, en haar man Michel herkennen. Vandaar dat ze in het in 1948 aan Hans Warren geschonken exemplaar heeft geschreven: ‘afin qu’il connaître un peu mieux encore ses amis’. Isabelle Rivière gaf op omstreden wijze het nagelaten werk van haar echtgenoot uit, ze zou dat met een Rooms-katholieke saus hebben overgoten. Maar ze sloeg terug in een eveneens in het Nederlands vertaald boekje, Op het spoor van God, verschenen in een reeks met de al even veelzeggende titel Bekeerlingen uit de twintigste eeuw. Volgens de schrijfster ‘hebben de godsdiensthaters – Gide vooral – geen moeite gespaard om het gerucht te verspreiden, dat Jacques Rivière uiteindelijk zijn geloof heeft verloochend’. Niet waar volgens haar, hij zou ‘tot de laatste dagen van zijn leven’ zijn blikken steeds ‘naar God’ hebben gericht, ‘de Vader en de Redder’. In deze sferen belandt Hans Warren in Dourgne. Hij speelt het spel mee, niet uit overtuiging maar blijkbaar overtuigend genoeg: er komen ook later nog zendingen uit Dourgne, zoals begin 1953 het boek Comme votre Père céleste. Die titel is aan Mattheus 5:48 ontleend, ‘Jullie moeten dus volmaakt worden, zoals jullie hemelse vader volmaakt is’. Nu Hans Warren is getrouwd, richt Isabelle Rivière de opdracht aan ‘Mr. et Mme. Hans Warren, avec mes meilleurs voeux pour que Dieu leur donne une belle et heureuse année 1953’. De lezer van het Geheim dagboek over deze periode zal betwijfelen of de oproep tot vrome volmaaktheid aan Mme., laat staan aan Mr. Warren was besteed.

MARIO MOLEGRAAF

Menno ter Braak

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer Menno ter Braak (Eibergen 1902 – Den Haag 1940), begraven te Oud Eik en Duinen te Den Haag.

Uit Geheim Dagboek:
30 nov. [1955] – 10.30. – (…) Bij het herlezen een poging gedaan iets van Ter Braak tot me te nemen. Het lukt niet. Onleesbaar. Vroeger geneerde ik me voor mijn eigenzinnigheid. Oh, die papieren Hollandse goden. (…)

29 juli. [1957] – 15 uur. – (…) Van der W. (…) was een van die zeldzame leraren die de moderne literatuur behandelden. Hij besprak met ons in de jaren dertig Slauerhoff, Nijhoff, Marsman, Van Ostaijen, Vestdijk, Ter Braak en Du Perron. En van de ouderen drong hij ons telkens weer Karel van de Woestijne op. (…)


15 april. [1970] – Forum, voltooid verleden tijd; (…) Ik heb Forum niet bewust beleefd, was net veertien toen het tijdschrift in 1935 de geest gaf. Ter Braak heb ik altijd onleesbaar gevonden. (…) (Toch) bleef de Forum-geest, als je het zo mag noemen, leven door Du Perron en Ter Braak. Het Tijdschrift was hun spreekbuis geweest. Ter Braak had er zijn Démasqué der Schoonheid in gepubliceerd. (…)


18 nov. [1986] – 10.10 – Gisteren zijn M. en ik naar de Zeeuwse bibliotheek geweest om een begin te maken met de dagboekenkalender. (…) Ook heb ik het enige exemplaar dat men bezit van Mein Kampf meegenomen. (…) Wat een verwerpelijk geschrijf, wat een slecht mens. Dat íemand hier intrapte, dat íemand hierin meeging!. Ik kan me de wanhoop voorstellen van Ter Braak die zo goed als vergeefs zijn stem verhief tegen deze monsterlijke volksmenner. (…)

De Oude Mol in Nijmegen

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen, graven en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer: boekhandel De Oude Mol (Van Broeckhuysenstraat 34 in Nijmegen).  

Uit Geheim Dagboek:
23 dec. [1983] – Een zinloze gang gisteren naar boekhandel De Oude Mol. Opgepept met hartpillen, aspirine, abdijsiroop en otrivin begaf ik me rochelend op pad. Om halfzeven waren we in Nijmegen. Nergens een taxi, we moesten het hele eind lopen. Aardige, moderne, goed gesorteerde winkel, prettige mensen, etalage met al mijn werken, prikbord met een reeks artikelen over me. Het werd hondenweer en er kwam nauwelijks iemand. Na een kwartier niet, na een uur niet, en na twee uur niet. De schaamte die je dan bevangt. Willem de Rooij bracht ons door de stortregen naar de trein, hij negeerde de flop. (…)

Uit de nalatenschap van Hans Warren 89 ~ Brigitte Raskin

Hans Warren kreeg zelden een literaire prijs, en hij deelde zelden literaire prijzen uit. Maar in 1989 zat hij in de jury van de spraakmakende AKO-prijs die zeer tot zijn voldoening naar de hem onbekende Vlaamse schrijfster Brigitte Raskin ging voor haar prachtige boek Het koekoeksjong. Zij wordt in zijn dagboek voor het eerst vermeld op 19 december 1988, maar ze duikt pas op 19 mei 1989 in levenden lijve op, uitgerekend tijdens de prijsuitreiking, of eigenlijk het voorafgaande diner in Amsterdam: ‘M. en ik deelden een tafel met onder meer Brigitte Raskin en Hans van Mierlo. Ik heb veel met haar gepraat, het was moeilijk niets te verklappen’. Het is tegenwoordig stil rond Brigitte Raskin, op 25 juli wordt ze 73 jaar. Ze verdween ook, zoals die dingen soms gaan, uit mijn bestaan. Maar ze is beslist niet alleen de vrouw van dat ene werk, ze schreef nog een aantal minstens even geslaagde boeken. Bijvoorbeeld De maagd van Antwerpen, allesbehalve autobiografisch, in 1992 een Vlaams ‘actieboek’ en daarom in Nederland nauwelijks bekend. Het onderwerp is een vrolijke optocht uit 1902 die door een brand in een ramp ontaardde. ‘Zo’n soort verhaal waar zij het geheime recept van heeft: kille archiefstukken wordt warm leven ingeblazen,’ recenseerde Hans Warren. Op de correspondentiekaarten uit maart en april 1992 kondigde de schrijfster, die we een beetje redactionele hulp hadden geboden, haar Maagd enthousiast als altijd aan. ‘Zij wordt vast een vriendin,’ voorspelde Hans Warren in mei 1989 terecht. In mijn gedachten is zij, de schrijfster van De maagd van Antwerpen, Het koekoeksjong en zoveel meer, gewoon een vriendin gebleven.

MARIO MOLEGRAAF