In de zojuist verschenen aanbiedingscatalogus van uitgeverij Balans wordt Geheim Dagboek 1984 – 1987 onder meer omschreven als een unieke verkenning van hart en ziel van een geboren schrijver. Vastgelegd met de strikte eerlijkheid en in de verfrissende stijl die we van Hans Warren gewend zijn. Hij balanceert tussen liefde en haat, tragedie en komedie, overmoed en deemoed. Hij heeft succes, maar voelt zich een mislukkeling.Geheim Dagboek 1984 -1987 belooft weer een dik deel te worden van ongeveer 376 pagina’s!Meer gegevens:luxe editie 12,5 x 20 cm prijs 18,95 euroISBN 90 5018 731 5Het nieuwe omslag is van de hand van Nico Richter.In februari verschijnt – in het kader van de Boekenweek 2004 – een nieuwe bloemlezing van Mario Molegraaf, Wie er maar even was, was al gelukkig. Frankrijk in 100 gedichten . Het omslag is vervaardigd door Studio Jan de Boer. Deze bloemlezing verschijnt ook bij uitgeverij Balans.Klik hier voor de voorjaarscatalogus van uitgeverij Balans.
De dichter sprak
De dichter sprak
De dichter sprak, beklijft zijn woord
dan zijn jouw ogen voor een tijd
gewijd tot mooie ogen, heeft je mond
de lippen waarvan generaties dromen.
Jij warmt je arm hart er niet aan.
Je gaat verloren. Ook voor hem. De dichter sterft
vereenzaamd. Wat was zijn liefde dan geloof,
zijn vers dan bidden, wat was jij dan god.
Hans Warren, Verzamelde Gedichten. (Amsterdam: Bert Bakker, 2002)
Gedicht van de maand
In februari verschijnt Geheim Dagboek 1984-1987, het eerste deel uit de reeks dagboeken dat wordt uitgegeven bij Balans. Het dagboekdeel bevat dus ook Warrens aantekeningen uit 1986, het jaar waarin hij zijn 65e verjaardag vierde. In dat jaar verscheen voor het eerst sinds lange tijd weer een dichtbundel van Warren: Tijd. Het gedicht van de maand januari, De dichter sprak, is uit die bundel afkomstig.
De wulp
De wulp
Gekozen door Edward Roussou
Voor ik ooit van Ikaros gehoord had
voegde ik wulpenveren samen tot vleugels
en vloog langs de zeedijk van Borssele.
Nog steeds, een leven later,
kan ik de wulp zo goed nafluiten
dat hij antwoordt, van over het wad.
Hans Warren, Verzamelde Gedichten. (Amsterdam: Bert Bakker, 2002)
Na de overstroming
Na de overstroming
Gekozen door Ad Zuiderent
1
Een huis in overstroomd.gebied –
je bent door mijn ogen naar buiten gedreven
een bed door opengeslagen ramen.
Ik ben als een sluis onderloops geraakt
en neergestort in de werveling
van de doorbraak die jij hebt ontketend.
Ze zijn met vlaggen in bomen geklommen
en seinden wanhopig dagenlang naar
de trage helikopters die overtrokken
tot iemand aanvoer met een boot vol dekens
om ’t gemis toe te dekken, met rubberhandschoenen
om de dood aan te vatten en met hard brood
dat we moeten weken in het zoute water
van tranen.
Ik ben een koud leeg huis waarin
alles doelloos gebroken ronddrijft
waarin de krabben van de wraakzucht
de slappe wieren van vergetelheid
elkander langzaam gaan verstikken;
waarin het vuur is uitgesist, de bloemen zonken
tot bleke waterschimmen, en een jongen
die op Adonis leek, met vastgeëbde lokken
voorover ligt achter de voordeur.
2
Het is nameloos, luister:
wind zingt door dode bomen
een lied dat nergens op slaat.
‘Moeder wier kindje van de dakpan gleed,
jongen wiens moeder uit de boom viel,
natte nacht kramp messenstorm,
vriend die met stoel en tafel
snel naar ’t plafond van de kamer dreef
en voor je verdronk boven de kinders
nog schreien hoorde;
vlot dat al zijn opvarenden verloor,
minste muis die in zijn holletje verdronk,
brief die klaar stond op de schoorsteen,
gesneden boterham voor morgen’.
Het is een lied dat nergens op slaat,
die bomen zijn dood, maar jij leeft nog,
en ik leef nog, en de moeder van het kind
en de jongen van de moeder.
Het huis is weer droog gevallen
en we zouden liefst weglopen uit de modder
naar Italië. We kunnen niet. We staan
tegenover elkaar met vechtlust in de ogen;
een veerkracht die we niet meer kenden
zet ons als jonge dieren in een strijdperk.
Zonlicht dat reeds voorjaar belooft valt door
gebroken vensters glanzend op je huid
en onbarmhartig in je ogen. Het onthult
dat jouw liefde de mijne overwint.
Ik geef me over, en bijna met hoon
help je mij het verleden met het vuil
voor altijd uit het huis te dragen,
je jonge benen waren nooit zo aards,
zo mooi en recht en te vertrouwen.
We planten samen nieuwe tulpen,
leggen de dakpan recht voor de moeder,
hakken de boom om voor de jongen.
Op een bed van geel harsig hout
slapen wij, nieuwe mensen
en onze lichamen werden weer een avontuur.
Hans Warren, Verzamelde Gedichten. (Amsterdam: Bert Bakker, 2002)
