Jaarlijks archief: 2006

Rudolf Hagenaar overleden

Op 28 september jl. is Rudolf Hagenaar overleden (geboren in 1927), één van de favoriete hedendaagse schilders van Warren. De twee waren bovendien jarenlang goed bevriend. Die vriendschap begon met een gesprek op het Goese Lyceum, waar zowel Hagenaar als Warrens vrouw ‘Mabel’ werkzaam waren. Hagenaar in 2002 in de PZC: “Hans was er met zijn vrouw. Na enige pijnlijke stiltes, raakten Hans en ik in een heel gezellig tweegesprek. Ik denk dat het meteen over kunst ging, maar ook over het Zeeuwse landschap en wat het opkomende toerisme daarvoor betekende.” (PZC, 20-11-02)

Het gesprek mondde uit in een vriendschap die zo’n veertig jaar, tot het overlijden van Warren, zou duren. In veel van Hagenaars schilderijen neemt het naakte lichaam een belangrijke plaats in. Lichamen in de kracht van hun leven, prachtige lijven van mannen en vrouwen, maar vooral ook lichamen die oud, ziek en afgetakeld zijn. Opmerkelijk is een serie schilderijen van lijken die juist afgelegd worden. Warren herkende in Hagenaar een verwante ziel – is zijn poëzie niet ook doortrokken van dezelfde thematiek rondom schoonheid, dood en verderf?

Het was Warrens grote wens dat de schilderijen van Hagenaar meer bekendheid zouden genieten. Als Warren in 1973 zijn cyclus De Olympus over de Griekse godenwereld voltooit,
vraagt hij Hagenaar of deze de bundel wil illustreren. Het resultaat valt niet bij iedereen in de smaak, zo wil uitgever Thomas Rap wel de gedichten, maar niet de illustraties. De tekeningen ontbreken dan ook in deze uitgave. Maar Warren laat de cyclus ook uitgeven door de Zeeuwse uitgeverij Den Boer in Middelburg, nu wel met de tekeningen. Hagenaar, de kunstenaar die zich verscholen hield, die naast zijn leraarschap in de weekeinden en in de schoolvakanties in stilte werkte aan een gevarieerd oeuvre aan olieverven, gouaches en tekeningen, zal pas aan het einde van de twintigste eeuw erkenning verwerven.

Een vernissage bij Kunsthandel Juffermans in Utrecht is dan een groot succes en Warren voorspelt bij die gelegenheid dat Hagenaar in de nieuwe eeuw de faam gaat verwerven die hij verdient.
Warren weet in de loop van zijn leven zelf een paar kunstwerken van Hagenaar te verwerven. Makkelijk gaat dat niet want Hagenaar verkoopt zijn werk niet, hij wilde het alleen schenken. En dat betekent, verzucht Warren in 1971 in zijn dagboek, wachten. In het najaar van 2000 krijgt Warren een belangrijk werk van Hagenaar: Tropennacht, een olieverf schilderij van 54 x 89 cm. Volle maan boven een zwarte zee, een donkere nacht ook, met in het licht een mes en een tros bananen. Met haar benen gekruist zit een naakte vrouw op een strandstoel. In Een stip op de wereldkaart uit 2001 wijdt Warren een gedicht (titel: ‘Autonome kunst’) aan dit schilderij dat bij hem thuis in de kamer hangt.

’t Zelve Anders: een analyse van de poëzie van Hans Warren

In het Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift Schoon Schip verscheen in het derde nummer van dit jaar een artikel over de poëzie van Hans Warren. De auteur, Alfred Krans, onder meer bekend van zijn vertalingen van Thomas Mann en Hermann Hesse, gaf ons toestemming het artikel ook op onze site te plaatsen.

Klik op deze link voor het artikel.


Geheim dagboek 1990-1992 is nu verschenen bij uitgeverij Bert Bakker

Er kan gestemd worden!

Zoals we eerder meldden, is ons boekje Duiven op Bouvet: Over Boudewijn Büch en Hans Warren in de race voor de Zeeuwse Boekenprijs. Intussen is de stembus geopend voor de Jan Bruijns prijs, waarvoor op internet kan worden gestemd. Ga daarvoor naar: Het Zeeuws Tijdschrift. Op de openingspagina moet je je eerst registeren, je ontvangt dan een mailtje met verdere aanwijzingen.

Duiven op Bouvet in race voor Zeeuwse Boekenprijs

Ons boekje Duiven op Bouvet: Over Boudewijn Büch en Hans Warren is in de race voor de Zeeuwse Boekenprijs. De ZBP is begin 2003 door de redactie van het Zeeuws Tijdschrift ingesteld en wordt in samenwerking met de Zeeuwse Bibliotheek georganiseerd. In aanmerking komen “boeken over Zeeland in de breedste zin des woords en publicaties die door Zeeuwen over willekeurig welk onderwerp zijn geschreven”.

Dit jaar wordt voor het eerst de ‘Jan Bruijns Prijs’ uitgereikt voor het boek dat de meeste stemmen krijgt via de website het Zeeuws Tijdschrift. Zie verder: de site van het ZT.

Mensje van Keulen: “Ik zal mijn dagboek nooit publiceren”

In 1980 zei Mensje van Keulen in een interview

In 1976 ben ik aan het dagboek begonnen en sindsdien is het een dwangneurotische handeling: ik moet er in schrijven. Ik zal het nooit publiceren. Tenzij ik aan het eind van mijn leven zo razend ben dat ik het dagboek, voordat ik mij in de strop verhang, naar mijn uitgever breng. Dat zou een satanische daad zijn.

Deze week verschijnt onder de titel Alle dagen laat bij Uitgeverij Atlas haar dagboek uit 1976. Uit Warrens dagboek uit dezelfde tijd weten we dat de twee schrijvers toen (nog) met elkaar bevriend waren en Warren treedt dan ook een aantal malen in het dagboek op. Niet altijd in positieve zin. “De hartelijke man verandert in een lelijke, vieze vent als hij drinkt. Zweterig en geil”. Maar vooral Warrens toenmalige liefde Gianni Nurchi moet het een paar keer ontgelden. “Wat ziet Hans in die jongen? Zijn uitspraken zijn een al gezwets en gesnoef. (…) alles wat hij zegt is dom, zijn lippen mogen dan sensueel heten, zijn gezicht heeft meestentijds de uitdrukking van een oud, chagrijnig wijf”. Van Keulen schrijft in haar dagboek ook over haar eerste bezoek aan het Pijkesweegje in Kloetinge. “De benedenkamers in het lage, donkere huis – op het eerste gezicht een nederige boerenwoning – zijn schemerig, rustgevend, antiek ingericht”. Over Warrens prozawerk Demetrios is dan weer een stuk minder enthousiast: “geregeld ontsporen zowel de dialoog als de beschrijving en vervalt het verhaal tot iets wat meer heeft van een krantenartikel, te haastig, te prozaïsch”.

Ook schrijft ze: “Niet altijd voel ik me op mijn gemak bij deze man. (…) Het komt misschien door de manier waarop hij over zijn kinderen spreekt.” In de publiciteit rondom het dagboek valt de naam Warren regelmatig. Arjan Peters citeert de Warren-passages in zijn bespreking in de Volkskrant van afgelopen vrijdag. Saillant is natuurlijk dat Warren en Van Keulen gebrouilleerd zijn geraakt juist nadat Warren zijn dagboeken ging publiceren. Maar in een interview in HP/De Tijd van vorige week zegt Mensje van Keulen dat het één niks met het ander te maken had. “Waar ik mies van werd, en dat is Gerrit Komrij ook overkomen, was de manier waarop Warren ineens een boek van mij recenseerde. Daarmee raakte hij me veel meer dan met alles wat hij in die dagboeken ook maar had kunnen schrijven. (…) Bij het tweede boek dat hij afkraakte, dacht ik: hier heb ik geen zin meer in. Toen heb ik niet meer van me laten horen.” Ze vertelt dat Warren haar een paar jaar voor zijn dood nog een brief schreef om het contact te herstellen, maar dat ze daar nooit op heeft gereageerd.

Het eind van de vriendschap tussen Van Keulen en Warren wordt ook besproken in een radio-interview met Mensje van Keulen dat afgelopen maandag werd uitgezonden (Radio 747, Kunststof) en dat hier nog te beluisteren is.