Op 11 november 1994 sprak Joost Zwagerman in zijn radioprogramma Ophef en vertier met Hans Warren. Het gesprek ging ‘matig’, meldt deze in zijn dagboek, ‘zijn vragen waren niet pittig en mijn antwoorden niet briljant’. Joost Zwagerman vond de uitzending daarentegen, zo schrijft hij in een brief van 24 februari 1995, ‘éen van de aardigsten die we hebben gemaakt’. De ontmoeting komt niet voor in de spraakmakende biografie Zwaag. De zeven levens van Joost Zwagerman. Hans Warren wordt in dat boek een paar maal terloops vermeld, zoals Joost Zwagerman enkele keren zijdelings opduikt in mijn Opperhuidmens. De biografie van Hans Warren. Misschien niet helemaal terecht gezien de beschouwingen die Zwagerman aan Warren wijdde: in 1993 het voorwoord van Geheim dagboek 1939-1940 en in 1996 een stuk ‘Bidden zonder god’ in het vriendenalbum Hans Warren 75. De geringe aandacht is wél gerechtvaardigd wanneer je kijkt naar wat er tevoorschijn komt uit de Zwagerman-envelop in de Hans Warren-collectie. Welgeteld twee geboortekaartjes, twee brieven en een plichtmatige condoleance. De belangrijkste ontmoeting van de twee auteurs was die vanwege het radio-interview. Ook in zijn brief van 2 augustus 1996 blikt Joost Zwagerman erop terug: er waren ‘gasten op wier komst ik mij al weken tevoren had verheugd – onder wie Mario en jij’. In de brief gaat het verder over zijn bijdrage aan het ‘feestboek’, Hans Warren 75. In het artikel zegt Zwagerman over Ophef en vertier: ‘Het was ambachtelijk gezien […] misschien niet mijn beste radio-interview dat ik maakte, want de gretige lezer zat de nuchtere interviewer enigszins in de weg’. Juist, Joost. Gelukkig spreekt in Zwagermans stukken over Warren die gretige lezer.
MARIO MOLEGRAAF




