Vroeger

Vroeger
Gekozen door Alex Verburg

Vroeger met de zuidenwind
ontving ik soms een boodschap
geur uit je straat, stof van je drempel.

Of met de noordenwind
gaf ik een vogel mee
die een woord voor woord geleerde lofzang floot.

Er waren veel wegen en schepen
en de aarde draaide gewillig,
hier jij, daar ik.

Toen je pas verloren was
bleven er veel denksystemen
en berekeningen om in te nemen
als slaapmiddel.

Later het gevecht met de taal.
Bezweren je leeft en ik heb je nog lief,
want ik zeg het.

Weer later kwam je alleen
in de windstilte van de slaap
soms naast mij liggen.

Nu de wind van alle kanten komt
ontvang ik vaak een boodschap
geur uit je straat, stof van je drempel.

Hans Warren, Verzamelde Gedichten. (Amsterdam: Bert Bakker, 2002).

Alex Verburg kiest gedicht van de maand

Schrijver-interviewer Alex Verburg heeft het gedicht van de maand augustus gekozen. Hij ontmoette Warren in 1998. Het interview dat hij met Warren had, is verschenen in Gelijk het gras (2003). Verburg debuteerde in 2002 als romanschrijver met Het huis van mijn vader, dat wij tot onze favoriete boeken rekenen. Speciaal voor onze site schreef hij een persoonlijke toelichting bij zijn keuze uit de poëzie van Hans Warren. Voor meer informatie over Alex Verburg: http://www.alexverburg.nl/

29 juli 1978

11.30 – Ik heb een taxi besteld voor twaalf uur en voel me een dwaas. Een man van mijn leeftijd die zich uit geilheid en nieuwsgierigheid in zo’n situatie manoeuvreert! Waarschijnlijk worden het moeizame uren met een jongen die me niet ligt. Telkens toch het duiveltje: wie weet! Ik hoop zo dat ik hem begeren kan. Die allereerste indruk-(Geheim Dagboek 1977-1978)

Het is vandaag 25 jaar geleden dat Warren en Molegraaf elkaar voor het eerst ontmoetten.

Pfeijffer over Warren


Ilja Leonard Pfeijffer heeft bij de Arbeiderspers zijn stukken over poëzie gebundeld in Het geheim van het vermoorde geneuzel. In het boek is ook opgenomen Pfeijffers bespreking van de Verzamelde gedichten van Warren. Het stuk verscheen eerder, op 29 november 2002, in NRC Handelsblad onder de titel “Gevoelens waar gevoel op staat”. Warren is onder andere bekend – en geprezen – als vertaler (met Molegraaf) van Kavafis. Het ligt dus (erg) voor de hand om in een bespreking van Warrens eigen poëzie deze te vergelijken met de Kavafis-vertaling. Net zoals Hunink in Ons Erfdeel (Nieuws 16 juni jl.), moet Pfeijffer dan wel concluderen dat Warren in zijn eigen werk niet het niveau haalt van het door hem bewonderde voorbeeld. (Maar welke dichter haalt dat wel?) Volgens Pfeijffer is het cruciale probleem van Warrens poëzie dat hier “grote gevoelens” expliciet worden benoemd. Het zijn twee misverstanden in één: dat poëzie over grote gevoelens moet gaan en dat je om de grote gevoelens op te roepen, de grote gevoelens alleen maar bij name hoeft te noemen. Pfeijffer citeert een paar regels waarin Warren inderdaad de woorden liefde, eenzaamheid, en geluk gebruikt, alsof gedichten waarin die woorden voorkomen, alleen maar slechte gedichten kunnen zijn. Op 26 februari 1999 schreef Warren een stuk in de PZC onder de titel: “De oudheid is al lang voorbij. Nu Pfeiffer nog!”.