Nagelaten proza in De Tweede Ronde

In het lentenummer van De Tweede Ronde is een hoofdstuk gepubliceerd uit Warrens nooit uitgegeven roman Om het behoud der eenzaamheid.

In een essay in hetzelfde tijdschrift vertelt Molegraaf over de geschiedenis van het manuscript. Hij trof dat na Warrens dood aan, zorgvuldig opgeborgen in een roze archiefmap waarop Warren de titel van het boek had genoteerd: ‘Het is heel zichtbaar zijn handschrift als oude man, de woorden zweven. De boodschap is duidelijk: hij heeft de roman weliswaar niet laten verschijnen, maar hij hoopte dat die niet zou verdwijnen.’ Toch zal Molegraaf de roman niet publiceren, vooral omdat het manuscript een soort ‘oerboek’ is waaruit grote delen al in ander werk van Warren zijn terechtgekomen: in zijn dagboeken, in Demetrios en in Indigo.

De roman is gebaseerd op de liefdesgeschiedenis van Hans Warren en Maria de Roo, ‘Sibylle’ uit Geheim dagboek – al is het in de roman niet ‘Hans’ zelf maar diens halfbroer ‘Nous’ die haar bemint. ‘Nous’ valt ook op jongens, maar het wordt hem door ‘Hans’ ten sterkste afgeraden ‘om aan die verkeerde neiging toe te geven’. Molegraaf beschrijft het als een verraad van de schrijver aan zichzelf. Jan Wolkers, met wie ‘Sibylle’ later zou trouwen, speelt ook een rol in het boek, onder de naam ‘Josquin’. Het is deze Josquin die in het nu gepubliceerde hoofdstuk in De Tweede Ronde aan het woord is.

De Tweede Ronde, Tijschrift voor literatuur, verschijnt vier maal per jaar bij uitgeverij Mouria te Amsterdam.

Hans Warren blijft bekendste dagboekschrijver

Deze week werd het herfstdagboek van Joost Prinsen door Susan Smit vergeleken met Geheim dagboek van Hans Warren. Volgens Smit, in ‘Goedemorgen Nederland'(KRO), haalt Prinsen niet het niveau van Warren. Het Parool van afgelopen week ziet in het nieuwe dagboek van Jan Wolkers (Dagboek 1972) dezelfde thema’s als in dat van Warren: de natuur, eten, en sex. Kortom, het dagboek van Hans Warren wordt nog steeds gebruikt als ijkpunt bij het beoordelen van nieuw verschenen dagboeken.

Ik wou wel weer een beetje ziek zijn

Mario Molegraaf stelde een bloemlezing samen van 100 gedichten over ziek zijn: Ik wou wel weer een beetje ziek zijn (Uitgeverij Bert Bakker). In het voorwoord schrijft hij over Hans Warren onder andere het volgende.

Míjn zieke, de dichter Hans Warren met wie ik bijna een kwarteeuw het leven deelde, bleef na zijn dood spreken.
Zo kreeg je te horen wat je anders nooit hoort. Zo kreeg de wereld te zien wat anders tussen twee mensen blijft.
Hij hield een gruwelijk en prachtig dagboek bij, ook in zijn laatste jaar, Geheim dagboek 2001. Het was geen gelukkig jaar.
Dat lag ongetwijfeld aan mij, maar ook een beetje aan hem. Het dagboek is als de schrijver ervan.
En het dagboek over zijn levenseinde bevat oases van verlichting, maar is toch vooral een woestijn van zelfmedelijden.

(…) Ziekte mag veel slechts in mensen aan het licht brengen, je krijgt in moeilijke tijden soms ook het beste van iemand te zien.
Ook dat heb ik met Hans Warren ervaren. Op een dag was er een griezelig gezwel op zijn hoofd.
Kwaadaardig, de plastische chirurg deed zijn werk, een reeks bestralingen volgde.
Ik begrijp het achteraf nog steeds niet, zijn moed, onze moed, de moed om de moed erin te houden.
We gingen dóór, met leven, met werken. Juist in deze weken werd een boek van hem gepresenteerd,
we regelden het zo dat hij op die feestelijke dag vroeg werd bestraald, de dag erna laat.

Aanbiedingstekst bij het negentiende Geheim dagboek (1993-1995)

Hans Warren noteert in 1994, na een zoveelste televisieoptreden, in zijn Geheim dagboek: ‘In de vijftig jaar dat ik nu publiceer ben ik geen gigantische conifeer geworden, eerder een soort onuitroeibaar onkruid.’ Het onkruid ‘Hans Warren’ zal nooit meer weggewied kunnen worden, juist door zijn dagboek, misschien het meest uitgebreide, in elk geval het meest intense egodocument uit onze literatuur. Een eeuwig spoor nalaten, meer dan in welk deel ook blijkt hij daarvan dagelijks bezeten: ‘Men móet weten hoe op 18 januari 1993 om tien voor elf ’s morgens het zonlicht op je bureau viel.’

Zoveel onbescheidenheid tussen ongekende oefeningen in bescheidenheid, over dit dagboek kun je alleen in paradoxen spreken. Waarschijnlijk omdat de schrijver de grootste paradox die er bestaat tracht te vatten, de paradox die leven heet. Hij doet dat met zijn geest, maar vooral met zijn lichaam. In het jaar dat hij 72 wordt, noteert hij beteuterd: ‘M’n potentie is sterk gedaald. De score blijft pover, ik tel 35 kruisjes.’ Toch schrijft hij uitbundiger dan ooit over zijn avonturen met een zware handborstel en zijn dromen over jongens, en hij fantaseert over de Vlaamse schoonheid Goedele: ‘Ze denkt vaak aan me en mijn boeken liggen onder haar kussen.’

Heel wreed is de reactie op de zelfmoord van Adriaan Venema: ‘Zojuist hief M. een dolzinnige juichkreet aan en begon hij een woeste vreugdedans.’ Juist heel teder wordt de honderdste geboortedag van Hans Warrens moeder herdacht: ‘Nog even keken we om, op het grauwe, bloemloze kerkhof vlamde de azalea.’ Een boek over afscheid nemen en verzamelen, reizen en thuisblijven, grote nederlagen en kleine overwinningen, hoe onkruid niet vergaat.

Zie ook de site van uitgeverij Bert Bakker.