Ter gelegenheid van Mario’s optreden op de Nacht van de Poëzie heeft de VPRO bovendien een oud interview met Warren op het net gezet. Het gesprek (duur: 32,5 min.) vond plaats op 5 december 1997 in het radioprogramma De Avonden. Wim Brands sprak met Warren bij het verschijnen van het dertiende deel van Geheim Dagboek.
Categoriearchief: Nieuws
Een gedicht voor Hans Warren
Niek Oele vond in de bundel Verloop van stilte van Lou Vleugelhof (Amsterdam, De Beuk, 1999) een gedicht dat opgedragen is aan Hans Warren. Overigens is Vleugelhof zelf ook een Zeeuw, geboren in het dorpje Ovezande.
Borssele en de dichter
aan H.W. Aan het geduldige dijklichaamliggen de hoeven te slapenen waakt het dorp op torenhoogte.Wonend aan de zeedijkfloot hij de schorren vol vogelsop de tureluut van zijn mondfluit.Hij deed in kwatrijnen, terzettenvogelrijmsoorten en klinkklaresonnetten, gerijmde en ongerijmde,in meisjes met etruskische borsten,jongens met tellurische benen,in korenvelden en aardappelloof.In een veelbeslapen dagboek hield hijheimelijk bij de kaars van zijn aandachtde stand van zijn dichtersziel bij.Voor de dorpelingen de dorpsomroeper,de laatste dwarsliggende dorpsgekdie wanhopig de noodklok luidde.Niek Oele vraagt zich af of er meer dichters zijn die gedichten hebben opgedragen aan Warren. Zelf kennen wij een sonnet van Jan Kal en het gedicht dat Ria Zifkamp schreef voor Warrens begrafenis. Voor Hans Warren 75, een feestbundel uit 1996, heeft Boudewijn Büch twee vogelgedichten aan Warren opgedragen. In Geheim Dagboek 1971-1972 citeert Warren het gedicht Aanspoelsel van Maurits Mok, waarin hij in één adem wordt genoemd met J.C. van Schagen.Mario Molegraaf in de Nacht van de poëzie
Door Robert van Vaals Ik schrok van hem, Mario Molegraaf, de weduwnaar van dichter Hans Warren, toen ik hem onverwacht op de beeldschermen boven de katheder zag opduiken, tijdens de ‘Nacht Van De Poëzie’, afgelopen zaterdag – maar zijn optreden viel alleszins mee.De gedichten van Hans Warren, die Mario Molegraaf voordroeg, logen er in ieder geval niet om en dat vergoedde veel, om niet te zeggen alles; na de nietsverhullende opener Natuurlijk (‘Verzamelde Gedichten’, Hans Warrren, 1981, pagina 570) volgde méér en alleen maar homo-erotisch werk, door Mario Molegraaf, met zijn bij zijn uiterlijk detonerende stemgeluid, adequaat voorgelezen. Wat me erg opviel: deze gesproken poëzie van Hans Warren (een unicum, want Hans Warren zelf verscheen nooit op de nacht), deze gesproken poëzie was van een ongekende frisheid en vitaliteit – bovendien: humoristisch en spits, deze poëzie lééfde! Dát was de winst van de ‘Nacht Van De Poëzie’, de nacht waarin meer dode dichters voorgedragen werden (behalve Hans Warren door Mario Molegraaf was er poëzie van Lucebert, voorgelezen door Remco Campert en poëzie van Willem Elsschot, voorgedragen door zijn jongste dochter Ida de Ridder, 85 jaar oud) – de doden bleken levend deze nacht, springlevend; en, een andere ontdekking: goede poëzie kan niet dood, nooit. Mario Molegraaf, uit naam van wijlen Hans Warren, bewees het met verve.
Onze Taal: Uitwee
In het maanblad Onze Taal publiceert Guus Middag regelmatig een aflevering van zijn Woordenboek van de poëzie. In het februari/maart-nummer houdt hij zich bezig met de woorden toekomstzeer en uitwee. Dat laatste woord komt alleen in de poëzie van Warren voor, en wel in de gedichten Jetayu en Sylvaan (‘in je zwarte ogen/ broeide een pijn naar verten/een uitwee’).Middag beschouwt het woord als het Nederlandse equivalent van het Duitse Fernweh en neemt de volgende beschrijving op in zijn Woordenboek van de poëzie:Uitwee, verlangen naar verre landen, een ‘pijn naar verten’, vaak broeiend van aard, te zien in zwarte ogen o.a., inzonderheid in die van zekere mysterieuze polderjongens die zich vroeger op mooie zomeravonden voor enig zilvergeld aanboden aan belangstellenden, voorzover althans vanuit de verte door de dichter Hans Warren (‘Ik heb je menige zomeravond/ bespied door een veldkijker’) viel waar te nemen.
Nieuw gedicht van de maand
Het gedicht van de maand april is gekozen door Nelleke Maljaars. Zij koos voor Niet opbranden uit de bundel Zeggen wat nooit iemand zei (1976). 
