In het oktobernummer van De Parelduiker komt ons langverwachte artikel over het leven van Maria de Roo, Sibylle in Geheim Dagboek. Een reconstructie van haar leven aan de hand van archiefmateriaal en interviews.
Categoriearchief: Nieuws
Recensie in De Groene Amsterdammer
Het is al een paar maanden geleden, maar ook De Groene Amsterdammer heeft het laatste Geheim dagboek gerecenseerd. Op 27 juni verscheen in De Groene ‘De lekkages worden groter’ door Marja Pruis. Nog steeds leest ze Warrens dagboeken met ‘open mond’.
Is het dagboek van Jan Wolkers één bronstige lofzang op het leven, bij Hans Warren is iedere druppel sperma er een en is het vergeefse aftakeling troef. (…) Het is ongetwijfeld een kwestie van temperament of mentaliteit, maar van de niet-aflatende levenslust van Wolkers word je moeier (en gaperiger).
Hoezeer ook opnieuw uit dit 20e deel blijkt dat er geschaafd en gesnoeid wordt in de dagboeken voordat ze richting uitgever gaan, de suggestie dat hier iemand aan het woord is die niets (meer) op te houden heeft, die ons een, ja toch, eerlijk inkijkje biedt in zijn zieleleven blijft uitermate sterk. Misschien moet je 75 worden om het echec van je leven als volgt onder ogen te durven zien: ‘Ik ben niets en ik kan niets, ik heb alleen een facade opgetrokken.’
Recensie in De Morgen
Ook Dirk Leyman memoreert in zijn recensie van het laatste dagboek in De Morgen van 27 augustus de groter wordende lekkages in het huis van Warren. Ook Leyman blijft gefascineerd door de dagboeken.
Hoewel de Zeeuwse einzelgänger een gewaardeerde dichter en bloemlezer was en als vaak onbarmhartige recensent een kruidige smaakmaker van het literaire leven bleek, zal hij hoofdzakelijk herinnerd worden als auteur van het Geheim dagboek, dat oorspronkelijk pas na zijn dood zou verschijnen. Niet dat iedereen er zijn meug in vindt. Voor sommigen is het een lichtbaken in het genre, voor anderen dan weer “muf gekwebbel en gezeur”, zoals Johan Vandenbroucke ooit in deze bijlage het Geheim dagboek 1987-1990 omschreef, mede door de roddelzucht en de afrekeningen én “het al te manifeste outen van zijn intiemste gedachten”.
(…) Hoe paradoxaal het ook mag klinken, dit dagboek bulkt van een niet te temmen hedonisme, een drang om de kelk van het leven genotzuchtig tot het bittere einde te ledigen. Warren en Molegraaf verzamelen antiek en kunstvoorwerpen alsof er hun hachje van afhangt, maar laten hun gammele huisje aan de Pykesweg (waar Warren bijna vijftig jaar zou wonen) verder verkommeren: “Goten hangen neer, kozijnen verrotten, lekkages worden groter.” Ze bezoeken en monsteren restaurants alsof ze hoogstpersoonlijk door de Michelingids uitgestuurd zijn. Tot leverpatiënt Warren natuurlijk kreunt dat het eten hem te zwaar valt en de spiritualia te talrijk waren.
Vanzelfsprekend vinden de liefhebbers van literair geroddel à la de gebroeders Goncourt weer als vanouds hun gading, al valt het op dat Warren meer in de marge van het literaire bedrijf opereert en zijn vijanden iets milder kenschetst. De uitgever bedient de lezer op zijn wenken met het keurige register: je kunt feilloos opslaan wie door de gehaktmolen wordt gedraaid. (…) Maar over bijvoorbeeld de “buitengewoon aardige” Adriaan van Dis niets dan goeds. Het is trouwens die Van Dis die Warrens Geheim dagboek ooit typeerde als een huwelijk van “het afstotelijke en het schone”, een karakterisering die ook na dit minder memorabele deel geldig blijft. Precies omdat Warren zijn hachelijke onderneming ook zelf geregeld ter discussie stelt: “Ik twijfel over de waarde van het boek. Ik geef me zo bloot, is het niet te pover, wordt het niet zielig in plaats van boeiend?” Toch niet. Wie eenmaal gestrikt is in de netten van Warrens journalen, zal er ook zijn jammerende Werdegang willen bijnemen.
Recensie in NRC
Gisteren werd Warrens GD 1996-1998 besproken in NRC. Janet Luis behandelt Warrens dagboek in één bespreking samen met het laatst verschenen deel uit de dagboeken van Frida Vogels. Ze vermoedt dat de schrijvers geen liefhebbers van elkaars dagboek (zouden) zijn. Zij zou zich mogelijk storen aan zijn expliciete manier van formuleren, zoals hij zich wellicht had geërgerd aan haar besmuiktheid.
Toch ziet Luis ook wel overeenkomsten tussen beide auteurs, vooral in hun neiging tot ontluistering. Bij Warren uit zich dat vooral in het lichamelijke, bij Vogels in het geestelijke.
Luis besluit: Onthecht, weerbarstig, vitaal. Dat zijn zo wat indrukken die Vogels en Warren, ieder op hun manier, als dagboekschrijvers achterlaten – hoe ziek, zwak of misselijk ze ogenschijnlijk ook door het leven gingen.
Hans Warrenpad – vervolg
Rob Swaak uit Middelburg heeft wel een idee over de reden waarom de gemeente Goes niet stond te springen om een straat naar Hans Warren te noemen, zo stelde hij afgelopen dinsdag 19 augustus in een ingezonden brief in de PZC.
Noch door de PZC, noch door Omroep Zeeland is opgehelderd waarom het Goese gemeentebestuur zo hardnekkig weigerde een straat naar Hans Warren te vernoemen in de toekomstige schrijverswijk. De journalistiek had behalve het feit ook de reden daarvan boven water moeten halen, dat hebben beide media dus verzuimd.
Ook het door christelijke partijen gedomineerde gemeentebestuur heeft geen reden gegeven, alleen geprobeerd met een ‘onherroepelijk’ besluit naamgeving tegen te houden.
Ik denk dat geld en christelijkheid hier weer eens bij elkaar komen, terwijl de VVD zich hier van zijn slechtste kant liet zien, namelijk slap. Woningen in een naar een homoseksuele schrijver vernoemde straat worden niet makkelijk verkocht of verhuurd aan streng gelovigen. Met een fietspadje voor de beroemdste Bevelandse schrijver hoeft er geen cent minder verdiend te worden en lijkt het net alsof je Hans Warren toch eert. Bah.
